A    X
Verwerken van lakmaterialen met b
Herstellen van kunststofdelen
Afleveringsklaarmaken van persone
Bijtinten en kleurenleer basis
Uitvoeren van een spotrepair
UV-droging bij schadeherstel
Certificaat verantwoord autospuit

B 

Deelbranche: Schadeherstel

Autospuiter

De Autospuiter is werkzaam in een bedrijf (of afdeling van een bedrijf) dat zich bezighoudt met de schadereparatie van personenauto’s en/of bedrijfsauto’s. Ook kan hij werkzaam zijn op de spuitafdeling van een carrosseriebouwbedrijf. Afhankelijk van de bedrijfsomvang en de organisatie van de werkzaamheden, wordt hij eveneens ingezet in het voorbewerkingstraject.

Branchekwalificaties

    • Verwerken van lakmaterialen met behulp van lagedrukspuitapparatuur
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Herstellen van kunststofdelen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Gereedschappen, apparatuur, materialen
        • De deelnemer kent de gereedschappen en apparatuur die worden ingezet voor het lassen en verwarmen van kunststofdelen en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de gereedschappen en materialen die worden ingezet voor het mechanisch verbinden van kunststofdelen (bijvoorbeeld nieten) en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de toevoegingsmaterialen (kunststof lasdraad, lijmsoorten, stikstof) die worden ingezet voor het lassen en lijmen van kunststofdelen en kan deze ook als zodanig toepassen.

      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kan kunststoffen/typen herkennen/identificeren.

        • De deelnemer kent de begrippen die verband houden met kunststof en kunststofreparatie, zoals: thermohardend, thermoplast, etc.

        • De deelnemer kan de kunststof (veiligheids)delen herkennen, die om veiligheidsredenen niet gelast of gelijmd mogen worden.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de verschillende reparatietechnieken voor kunststofdelen, zoals: lassen, lijmen (vol of met mechanische verbindingen), verwarmen (in geval van deukjes), etc. en de voor – en nadelen van deze reparatiemethoden en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de veiligheidsmaatregelen die getroffen moeten worden voor het repareren van kunststofdelen en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer begrijpt de productinformatie voor de in te zetten materialen voor het repareren van kunststofdelen en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer weet hoe de verschillende reparatiemethoden dienen te worden nabewerkt tot het plamuren van de reparatieplek.

    • Afleveringsklaarmaken van personenauto's
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Gereedschappen, apparatuur, materialen
        • De deelnemer kent de gereedschappen die kunnen worden ingezet voor het afleveringsklaarmaken, zoals poets-, polijst- en schuurmiddelen, poetspads en poetsmachines, krabbertjes, etc.). 

        • De deelnemer kent de materialen die kunnen worden ingezet voor het afleveringsklaarmaken. 

      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de eigenschappen van oplosmiddelhoudende en niet-oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen en hun toepassingsgebied.

        • De deelnemer kent de eigenschappen van poetsmiddelen en hun toepassingsgebied.

        • De deelnemer kan de verschillende lakfouten herkennen en weet welke relatief eenvoudig in het afleveringstraject zijn op te lossen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kan het afleveren volgordelijk uitvoeren.

        • De deelnemer kent de verschillende technieken voor het verwijderen van onregelmatigheden in de lak die veroorzaakt zijn tijdens het spuiten.

        • De deelnemer kent de te nemen veiligheidsmaatregelen, waaronder de toepassing van PBM’s, voor het afleveringsklaarmaken en kan daar ook naar handelen.

        • De deelnemer begrijpt de productinformatie voor de in te zetten reinigings- en poetsmaterialen.

    • Bijtinten en kleurenleer basis
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer weet hoe hij de originele kleurcode van een voertuig kan achterhalen. 

        • De deelnemer weet wanneer en waarom een keuze gemaakt moet worden voor een “variant-kleur”.

        • De deelnemer weet waarom het noodzakelijk is om een kleurstaal te maken. 

        • De deelnemer weet hoe kleurdocumentatie geactualiseerd kan worden. 

        • De deelnemer kent de voorwaarden waaronder een kleurstaal en de kleur op het voertuig met elkaar vergeleken moeten worden.

        • De deelnemer kan een kleurverschil tussen kleurstaal en te spuiten object definiëren. 

        • De deelnemer kan, gegeven een kleurformule, aangeven wat het effect zou zijn van het toevoegen van een van de mengkleuren uit de formule.

        • De deelnemer kan aangeven op welke wijze verschillende lichtbronnen de kleurwaarneming beïnvloeden. 

        • De deelnemer weet wat metamerie is en hoe dit kan worden voorkomen. 

        • De deelnemer kent de kleuren uit de kleurencirkel volgens Goethe en de kleurencirkel volgens Newton.

        • De deelnemer weet wat wordt verstaan onder additieve kleurmenging.

        • De deelnemer weet hoe het menselijk oog kleuren waarneemt en hoe kleurwaarnemning kan worden beinvloed.

        • De deelnemer weet wat wordt verstaan onder begrippen als: koude en warme kleuren, primaire en secundaire kleuren, complementaire, contrast- en partnerkleuren, kleurflop, kleurreflectie en -absorbtie.

        • De deelnemer weet hoe een weegschaal moet worden ingezet bij het mengen van kleuren.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kan de kleurcode van een voertuig aflezen. 

        • De deelnemer kan kleurdocumentatie inzetten bij het zoeken naar de kleur van het voertuig.

        • De deelnemer kan elektronische kleurmeetapparatuur bedienen om tot een passende formule te komen.

        • De deelnemer kan een kleurformule volgens recept aanmaken. 

        • De deelnemer kan omschrijven op welke wijze spuittechniek en spuitinstelling de kleur kunnen beïnvloeden en deze technieken toepassen. 

        • De deelnemer kan op basis van het kleurverschil de juiste selectie maken van een of meer mengkleuren om tot de gewenste kleur te komen. 

        • De deelnemer kan de juiste specificaties geven van de verlichting in de kleurenmengruimte en spuitcabine. 

    • Uitvoeren van een spotrepair
    • UV-droging bij schadeherstel
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Gereedschappen, apparatuur, materialen
        • De deelnemer kent de in te zetten gereedschappen en apparatuur voor het voorbewerken, aanbrengen en nabewerken van UV-drogende producten.

        • De deelnemer kent de in te zetten materialen voor het voorbewerken, aanbrengen en nabewerken van UV-drogende producten.

      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de eigenschappen van UV-drogende producten.

        • De deelnemer kent de eigenschappen van UV-licht.

        • De deelnemer weet op welke ondergronden en materialen UV-droging kan worden uitgevoerd.

        • De deelnemer kan UV-drogende materialen herkennen.

        • De deelnemer kent de opbouw van UV-drogende laksystemen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de te nemen veiligheidsmaatregelen voor het werken met UV-droogapparatuur en kan daar ook naar handelen.

        • De deelnemer kent de verschillende reparatietechnieken waarbij UV-droging kan worden toegepast en kan deze toepassen.

        • De deelnemer begrijpt de productinformatie voor de in te zetten UV-drogende materialen.

        • De deelnemer weet hoe oppervlakten die worden behandeld met UV-drogende materialen moeten worden voorbewerkt.

        • v

    • Certificaat verantwoord autospuiten (CVA) (Milieucertificaat)