A    X
Eindcontrole
Omgaan met gevaarlijke stoffen
Communicatie en organisatie
Functionerings- en beoordelingsge
Logistiek in het schadeherstelbed
Verandermanagement
Communicatie met klanten
Communicatie met werknemers
Leidinggeven
Plannen en organiseren

B 

Deelbranche: Schadeherstel

Werkplaatschef Schadeherstel

De Werkplaatschef Schadeherstel werkt als leidinggevende bij grote en kleine schadeherstelbedrijven en geeft sturing aan de werkplaats. De objecten waaraan schadeherstelwerkzaamheden plaatsvinden, variëren van personenauto's en motorfietsen tot bedrijfs- en recreatievoertuigen.

Branchekwalificaties

    • Eindcontrole
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Controle van de procedures
        • De deelnemer kent de elementen waaruit een eindcontrole is opgebouwd.

        • De deelnemer kent het doel en de toepassing van de tijdens de uit te voeren eindcontrole te gebruiken checklisten, werkorders en aanverwante documenten en kan deze toepassen bij het uitvoeren van een eindcontrole.

        • De deelnemer weet hoe hij afspraken met de klant/opdrachtgever moet meenemen in de eindcontrole.

        • De deelnemer begrijpt hoe een goed uitgevoerde eindcontrole kan bijdragen aan het voorkomen van faalkosten en klachten.

        • De deelnemer begrijpt welke plaats de eindcontrole kan hebben in het verbeteren van het totale bedrijfsproces.

        • De deelnemer kan de klant een heldere uitleg geven over de reparatie van het voertuig en daarmee een bijdrage leveren aan de kwaliteitsbeleving van de klant.

        • De deelnemer kan documenten/checklists die gebruikt worden voor de voortgangscontrole, lezen/interpreteren.

      • Technische controle
        • De deelnemer kan technische controlecriteria en procedures lezen en interpreteren ten aanzien van:

          • Zichtbare fouten
          • Scharnierende delen
          • Carrosserie interieur
          • Carrosserie exterieur
          • Onderstel/wielen en banden
          • Verlichting
          • Elektronische voertuigsystemen (uitdraaien)
          • Belettering/bestikkering
          • Et cetera
    • Omgaan met gevaarlijke stoffen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Herkennen van gevaarlijke stoffen
        • De deelnemer kan gevaarlijke stoffen herkennen aan de hand van het etiket of informatiebladen/gegevens over deze stof.

        • De deelnemer weet wat wordt verstaan onder H, R, P en S-zinnen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer kent de betekenis van de toegepaste gevaarsymbolen/pictogrammen voor gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer kent de chemische kenmerken van gevaarlijke stoffen in relatie tot veiligheid, gezondheid en milieu.

      • Omgang met gevaarlijke stoffen
        •  

          De deelnemer weet welke wettelijke richtlijnen en regels er zijn ten aanzien van opslag van gevaarlijke stoffen, waar hij die vandaan kan halen, hoe deze stoffen moeten wordne opgeslagen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemers weet hoe hij op basis van de gegeven veiligheidsinformatie moet omgaan met gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer weet waaraan de maximaal toelaatbare concentraties van gevaarlijke stoffen kunnen worden afgelezen.

        • De deelnemer weet hoe te handelen in geval van calamiteiten met gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer weet waar en hoe de veiligheidsinformatie met betrekking tot de omgang met gevaarlijke stoffen wordt vastgelegd in de risico inventarisatie & evaluatie (RI&E))

        • De deelnemer kent de arbeidshygiënische volgorde waarin werknemers beschermd moeten worden tegen risicovolle arbeidsomstandigheden en kan hier als zodanig naar handelen.

      • (persoonlijke) beschermingsmaatregelen
        • De deelnemer kent de diverse persoonlijke beschermingsmiddelen die toegepast kunnen worden in de eigen werkomgeving.

        • De deelnemer kent de codering gebruikt op PBM’s en kan deze als zodanig toepassen.

        • De deelnemer weet welke persoonlijke beschermingsmiddelen ingezet moeten worden bij gebruik van bepaalde materialen/stoffen, hoe deze toegepast moeten worden en past deze ook als zodanig toe.

        • De deelnemer kent de maatregelen die getroffen moeten worden om veilig en gezond te kunnen werken met gevaarlijke stoffen.

        • De deelnemer kent de uit de RI&E voortvloeiende verplichting met betrekking tot voorlichting en onderricht in de omgang met gevaarlijke stoffen.

    • Communicatie en organisatie
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Leiding geven
        • De deelnemer kan verschillende stijlen van leidinggeven beschrijven zoals situationeel leidinggeven, coachend leidinggeven, taak en resultaatgericht leidinggeven, relatie en mensgericht leidinggeven en kan deze naar gelang de situatie als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kan het begrip “afdelingsdoelstelling” omschrijven en kan verschillende doelstellingen benoemen zoals; huidige situatie en gewenste situatie, afdelingsvisie en medewerkersvisie, omzet en resultaat.

        • De deelnemer kan verschillende soorten gesprekken in de rol van leidinggevende benoemen en omschrijven zoals correctiegesprek, coachinggesprek, feedback gesprek en sollicitatiegesprek en in voorkomende situaties als zodanig toepassen.

      • Overleg voeren/informeren
        • De deelnemer kan de functie en doelstellingen van een overleg beschrijven.

        • De deelnemer kan verschillende vormen van overleg beschrijven zoals werkbespreking/verdeling, werkoverleg, vergadering en instructiebespreking.

        • De deelnemer kent de verschillen tussen formele en informele communicatiestromen, informeren en/of inspraak bieden, besluiten nemen en/of afspraken maken.

        • De deelnemer kan een werkoverleg of vergadering voorbereiden (agenda opstellen, tijdsplanning maken, deelnemers selecteren en uitnodigen, locatie en catering regelen).

        • De deelnemer kan een vergadering of werkoverleg leiden (vergaderregels, regie, sfeer, groepsdynamiek, betrokkenheid, feedback, timemanagement en resultaat).

      • Overtuigen
        • De deelnemer kan de afdelingsdoelen en afspraken uitdragen en overdragen op de medewerkers.

        • De deelnemer kent de waarde van voorbeeldgedrag, het uiten van positieve waardering, ondersteuning en feedback naar de medewerkers en het creëren van betrokkenheid bij de medewerkers en kan hier als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer kan medewerkers in gesprekken begeleiden en aansturen op afgesproken persoonlijke en team doelstellingen.

    • Functionerings- en beoordelingsgesprekken voeren
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Logistiek in het schadeherstelbedrijf
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Verandermanagement
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Strategieën, weerstand en cultuur
        • De deelnemer weet hoe de cultuur en structuur in een organisatie geanalyseerd kan worden en kan daar ook adequaat naar handelen.

        • De deelnemer kan de verschillende vormen waarin weerstand zich manifesteert herkennen en deze weerstand managen.

        • De deelnemer weet hoe draagvlak kan worden gecreëerd om veranderingen binnen de organisatie door te kunnen voeren.

        • De deelnemer kent de verschillende veranderstrategieën die kunnen worden ingezet en kan deze adequaat toepassen.

        • De deelnemer kan persoonsgebonden kenmerken categoriseren volgens de gangbare theorieën.

      • Veranderingsproces
        • De deelnemer is in staat het verandertraject in te richten op basis van het strategisch beleidsplan.

        • De deelnemer kent de verschillende modellen waarin veranderingsprocessen kunnen worden weergegeven en kan deze modellen ook als zodanig toepassen in de analyse van het 

        • De deelnemer kent zijn positie en rol in het veranderproces en kan daar ook als zodanig bewust naar handelen.

        • De deelnemer kent de facetten van een veranderplan voor de organisatie en kan deze ook als zodanig uitwerken naar een planmatige aanpak.

        • De deelnemer weet hoe een veranderproces kan worden geleid, wat daar bij komt kijken en kan daar ook als zodanig naar handelen.

    • Communicatie met klanten (Communicatie en klantrelatie)
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Communiceren met klanten
        • De deelnemer kent de voorwaarden voor succesvolle communicatie met de klant en kan deze toepassen: luisteren/lezen, woordkeuze/non-verbaal/houding, stemgebruik/zinsopbouw, vragen stellen/beantwoorden, aandacht geven/klant centraal stellen.

        • De deelnemer kan zich presenteren als deskundige en ambassadeur van het bedrijf, vertrouwen wekken, en de klant ontzorgen.

        • De deelnemer kan kansen (voortijdig) signaleren en benutten.

        • De deelnemer kan de klant informatie en advies geven die is afgestemd op het klanttype: dominant/extravert, dominant/introvert, subdominant/extravert, subdominant/introvert.

        • De deelnemer kan afspraken maken: Formulering en inhoud afstemmen op de gesprekspartner, reële verwachtingen scheppen, afspraken maken met betrekking tot de opdracht.

        • De deelnemer kan klachten van klanten (voortijdig) signaleren, voorkomen, behandelen, oplossen: Afwegingen maken tussen het belang van de klant en het belang van het bedrijf, voorkomen van discussie, gedrag naar de klant.

        • De deelnemer kan omgaan met conflicten en escalaties voorkomen.

    • Communicatie met werknemers
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Communiceren met werknemers
        • De deelnemer kent de voorwaarden voor succesvolle communicatie en kan deze toepassen: luisteren/lezen, woordkeuze/non-verbaal/houding, stemgebruik/zinsopbouw, vragen stellen/beantwoorden, aandacht geven.

        • De deelnemer kan voorafgaande de onderhandelingen zijn onderhandelingsmiddelen bepalen en inschatten welke zijn onderhandelingspartner hem kan bieden, en kan deze tijdens de onderhandeling inzetten.

        • De deelnemer kan voorafgaande en/of tijdens de onderhandelingen het gezamenlijk belang bepalen/inschatten en hierop focussen tijdens het gesprek.

        • De deelnemer kan de onderhandelingen afronden/afsluiten door het afsluiten van een gezamenlijke overeenstemming.

        • De deelnemer kan werknemers voorlichten en onderrichten over relevante bedrijfsspecifieke zaken (processen, verbeteringen, beleidsdoelstellingen) en over onderwerpen die voortvloeien uit bijvoorbeeld de Arbowet.

        • v

        • De deelnemer kan zijn boodschap afstemmen op het type werknemer: dominant/extravert, dominant/introvert, subdominant/extravert, subdominant/introvert.

        • De deelnemer kan afspraken maken: Formulering en inhoud afstemmen op de gesprekspartner, reële verwachtingen scheppen, afspraken maken.

        • De deelnemer kan onvrede bij werknemers (voortijdig) signaleren, voorkomen, behandelen, oplossen en daarbij de afweging maken tussen het belang van de werknemer en het belang van het bedrijf.

        • De deelnemer kan omgaan met conflicten en escalaties voorkomen.

    • Leidinggeven
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Leidinggeven
        • De deelnemer kan medewerkerstypes herkennen (actief/reflectief, taakgericht/resultaatgericht).

        • De deelnemer kan de samenstelling van een medewerkersteam onderkennen en kan hierop anticiperen/mee omgaan.

        • De deelnemer kan de cohesie binnen een team realiseren, behouden en versterken (teambuilding).

        • De deelnemer kan doelstellingen bepalen en/of vertalen naar de werkvloer en kan hier op sturen.

        • De deelnemer kan onderscheid maken wat belangrijk of urgent is, kan prioriteiten stellen en activiteiten realistisch inplannen (timemanagement).

        • De deelnemer kan de juiste werkzaamheden en taken delegeren aan de juiste mensen (afgestemd op hun competenties).

        • De deelnemer kan medewerkers motiveren, stimuleren, feedback geven.

        • De deelnemer kan medewerkers coachen in hun leercurve bij het aanleren van nieuwe taken (situationeel leiderschap).

        • De deelnemer kan medewerkers begeleiden in hun inzetbaarheid (situationeel leiderschap).

        • De deelnemer kan gedrag en houding van medewerkers beïnvloeden/veranderen/bevorderen.

    • Plannen en organiseren
      • Initiatiefnemer: OOC