A    X
Afleveringsklaarmaken van bedrijf
Laadkleppen periodieke keuring (L
Laadkleppen hydrauliek
Laadkleppen elektro
MIG-lassen lichtmetaal (aluminium
MAG-lassen dunne staalplaat
TIG-lassen roestvaststaal
MAG-lassen staalplaat
Pneumatiek
Transportkoeling
Lijmen en hybride verbindingen
Werken aan e-voertuigen
WG-Carr
Veiligheidssystemen
Alternatieve uitdeuksystemen
Aluminium Basis
Aluminium fase 2
GMA-hardsolderen
High strenght steel
Uitdeuken zonder spuiten
Uitdeuken zonder spuiten gevorder
Weerstandlassen
Veilig hijsen
Veilig werken met de vorkheftruck
Bedrijfsvoertuigen elektro(nica)
Bedrijfsvoertuigen elektro(nica)
Repareren van (schuif)zeil- en ge

B 

Deelbranche: Schadeherstel

Truckschadehersteller

Branchekwalificaties

    • Afleveringsklaarmaken van bedrijfsvoertuigen
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Laadkleppen periodieke keuring (LPK)
    • Laadkleppen hydrauliek
    • Laadkleppen elektro
      • Initiatiefnemer: OOC


    • MIG-lassen lichtmetaal (aluminium)
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de mechanische, chemische, fysische en technologische eigenschappen en toepassingsgebieden van aluminium.

        • De deelnemer kent  het verloop van het verbindingsproces tijdens het lassen van aluminium.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) veiligheidsvoorschriften betreffende het lassen van aluminium en kan deze ook toepassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de te gebruiken lasmethoden voor aluminium en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de gevolgen van warmte-inbreng van aluminium en kan hier mee omgaan.

        • De deelnemer kan ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instelling van de lasapparatuur, bij het lassen van aluminium herkennen en verklaren en/of voorkomen.

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kent de in- en afstellingen van de voor het lassen van aluminium toe te passen lasapparatuur in relatie tot materiaaldikte, toepassingsgebied, etc. en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de tijdens het lassen van aluminium toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe deze moeten worden toegevoegd.

    • MAG-lassen dunne staalplaat
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de mechanische, chemische, fysische en technologische eigenschappen en toepassingsgebieden van dunne staalplaat.

        • De deelnemer kent het verloop van het verbindingsproces tijdens het lassen van dunne staalplaat.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) veiligheidsvoorschriften betreffende het lassen van dunne staalplaat en kan deze ook toepassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kan de keuze voor MAG-lassen van dunne staalplaat toelichten.

        • De deelnemer kent de gevolgen van warmte-inbreng van dunne staalplaat en kan hier mee omgaan.

        • De deelnemer kan ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instelling van de lasapparatuur, bij het lassen van dunne staalplaat herkennen en verklaren en/of voorkomen.

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kent de in- en afstellingen van de voor het lassen van dunne staalplaat toe te passen lasapparatuur in relatie tot materiaaldikte, toepassingsgebied, etc. en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de tijdens het lassen van dunne staalplaat toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe deze moeten worden toegevoegd. 

    • TIG-lassen roestvaststaal
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de mechanische, chemische, fysische en technologische eigenschappen en toepassingsgebieden van roestvast staal.

        • De deelnemer kent het verloop van het verbindingsproces tijdens het lassen van roestvast staal.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) veiligheidsvoorschriften betreffende het lassen van roestvast staal en kan deze ook toepassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de te gebruiken lasmethoden voor roestvast staal en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de gevolgen van warmte-inbreng van roestvast staal en kan hier mee omgaan.

        • De deelnemer kan ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instelling van de lasapparatuur, bij het lassen van roestvast staal herkennen en verklaren en/of voorkomen.

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kent de in- en afstellingen van de voor het lassen van roestvast staal toe te passen lasapparatuur in relatie tot materiaaldikte, toepassingsgebied, etc. en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de tijdens het lassen van roestvast staal toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe  deze moeten worden toegevoegd.

    • MAG-lassen staalplaat
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de mechanische, chemische, fysische en technologische eigenschappen en toepassingsgebieden van staalplaat.

        • De deelnemer kent het verloop van het verbindingsproces tijdens het lassen van staalplaat.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) veiligheidsvoorschriften betreffende het lassen van staalplaat en kan deze ook toepassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de te gebruiken lasmethoden voor staalplaat en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de gevolgen van warmte-inbreng van staalplaat en kan hier mee omgaan.

        • De deelnemer kan ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instelling van de lasapparatuur, bij het lassen van staalplaat herkennen en verklaren en/of voorkomen.

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kent de in- en afstellingen van de voor het lassen van staalplaat toe te passen lasapparatuur in relatie tot materiaaldikte, toepassingsgebied, etc. en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de tijdens het lassen van staalplaat toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe deze moeten worden toegevoegd. 

    • Pneumatiek
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de basisbegrippen van pneumatiek (druk, volume, etc.).

        • De deelnemer kent de principewerking van pneumatische installaties.

        • De deelnemer kan de voor- en nadelen van pneumatische installaties ten opzichte van hydraulische installaties beschrijven. 

        • De deelnemer kan de onderdelen van pneumatische installaties noemen en per onderdeel de functie ervan beschrijven (kleppen, ventielen, cilinders, etc.).

        • De deelnemer kan pneumatische en gecombineerde (bijvoorbeeld elektrisch-pneumatische) installaties herkennen.

      • Lezen/ interpreteren van pneumatische schema's en berekeningen uitvoeren
        • De deelnemer kan pneumatische, elektrische, mechanische en hydraulische schema’s herkennen. 

        • De deelnemer kan pneumatische schema’s lezen, interpreteren en verklaren.

        • De deelnemer kan de benodigde kracht van de ingaande en uitgaande kracht berekenen bij zowel enkele als dubbelwerkende cilinders. 

      • Inbouwen/onderhoud/storingen
        • De deelnemer kent de voorwaarden voor het inbouwen van pneumatische installaties en kan deze toepassen (installatie zelf, waar aansluiten, luchtcircuit, etc.). 

        • De deelnemer kent de werkzaamheden die nodig zijn voor het inwerking stellen en houden van pneumatische installaties en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de aspecten voor het onderhouden van pneumatische installaties en kan deze toepassen.

        • De deelnemer kent de factoren die de werking van pneumatische installaties kunnen beïnvloeden (vocht, temperatuur, etc.). 

        • De deelnemer kent de storingen die zich kunnen voordoen in pneumatische installaties, kan deze opsporen en verhelpen. 

    • Transportkoeling
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes/kenmerken/begrippen
        • De deelnemer kent de verschillende koelsystemen.

        • De deelnemer kent de principewerking van mechanische koeling.

        • De deelnemer kent de begrippen warmte- c.q. koude-overdracht, directe warmte-overdracht, indirecte warmte-overdracht, warmtegeleiding en warmtegeleidingsvermogen, Log pH.

        • De deelnemer kan het natuurkundig principe waarop alle koelmethoden berusten omschrijven.

        • De deelnemer kan omschrijven waarom, op welke wijze en op welke plaats(en) de temperatuur in een laadruimte gemeten kan worden.

        • De deelnemer kan omschrijven waarom een goede luchtcirculatie in een laadruimte van belang is en hoe deze wordt verkregen.

        • De deelnemer kan beschrijven wat wordt verstaan onder een direct - en een indirect koelsysteem.

        • De deelnemer kan aangeven hoe de werkelijke "koudebehoefte" c.q. "warmtebehoefte" van een opbouw wordt bepaald.

        • De deelnemer kan aangeven wat oorzaken kunnen zijn van temperatuurverandeirngen in een laadruimte.

        • De deelnemer kan aangeven waarvan de warmte-uitwisseling via het dak, wanden en vloer van een laadruimte afhankelijk is.

        • De deelnemer kan de mogelijke koudebronnen cq warmtebronnen van geïsoleerde laadruimten noemen.

        • De deelnemer kan het doel van het isoleren van laadruimten omschrijven en op welke wijze dit kan worden gerealiseerd.

        • De deelnemer kan omschrijven wat wordt verstaan onder een isolatiemateriaal en weet van elk (isolatie) materiaal de specifieke eigenschappen te noemen.

        • De deelnemer kent de milieurisico's/ wetgeving van het werken met koelsystemen en koudemiddelen en kan hierop actie ondernemen. 

      • Opbouw koelsysteem
        • De deelnemer kent de hoofdindeling van koelsystemen en kan per hoofdgroep de voor -  en nadelen noemen.

        • De deelnemer kan, eventueel aan de hand van schets(en), de toepasbare koelsystemen cq verwarmingssystemen van laadruimten omschrijven.

        • De deelnemer kan, eventueel aan de hand van schets(en), de voorzieningen die aan/in de opbouw moeten worden getroffen voor het vervoer met een specifieke koelmethode noemen.

        • De deelnemer kan, eventueel aan de hand van schets(en) de onderdelen waaruit het specifieke koelsysteem kan bestaan noemen en per onderdeel de functie ervan beschrijven.

        • De deelnemer kan het elektrische schema van een koelinstallatie van 12/24 Volt, lezen en toepassen.

        • De deelnemer kent de elektrotechnische aspecten van een koelinstallaties van 220/380 Volt.

        • De deelnemer kent de aandrijftechniek die wordt toegepast in relatie tot koelinstallaties.

      • Inbouwen/onderhoud/storingen
        • De deelnemer kent de voorwaarden voor het inbouwen van transportkoelinstallaties en randapparatuur en kan deze toepassen.

        • De deelnemer kent de aspecten voor het onderhouden van transportkoelinstallaties en randapparatuur en kan deze toepassen.

        • De deelnemer kent de werkzaamheden die nodig zijn voor het inwerking stellen en houden van een koelinstallatie en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de storingen die zich kunnen voordoen in een koelinstallatie.

    • Lijmen en hybride verbindingen
    • Werken aan e-voertuigen (Schadeherstel e-voertuigen)
    • WG-Carr (Uitlijnservice)
    • Veiligheidssystemen
    • Alternatieve uitdeuksystemen
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Aluminium Basis
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de eigenschappen van aluminium en de constructies waarin aluminium is toegepast.

        • De deelnemer kan de toegepaste coderingen herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan constructies waarin aluminium is toegepast, herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan de kwaliteit van de bewerkingen van aluminium plaatdelen en de conditie van deze delen, beoordelen en beschrijven.

        • De deelnemer  begrijpt dat afwijken van de (fabrieks) voorschriften bij het  bewerken van aluminium plaatdelen tot veiligheidsrisico's kan leiden.

        • De deelnemer kan beschrijven hoe corrosieproblemen kunnen ontstaan en kunnen worden voorkomen.

        • De deelnemer kent het verschil tussen aluminium plaatdelen en aluminium gietdelen en kan deze ook als zoanig herkennen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de methoden (warmtebehandeling, verspanen, temperatuurcontrole) om aluminium plaatdelen te bewerken en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de voorzorgsmaatregelen die toegepast worden voor het bewerken (warmtebehandeling, verspanen, temperatuurcontrole) van aluminium plaatdelen kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kan de effecten en kenmerken beschrijven die optreden bij het bewerken (warmtebehandeling, verspanen, temperatuurcontrole) van aluminium.

        • De deelnemer kent de (wettelijke)voorschriften en persoonlijke veiligheidsmaatregelen die gelden voor het bewerken (warmtebehandeling, verspanen, temperatuurcontrole) van aluminium en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de voorwaarden die gelden bij het verbinden van aluminium plaatdelen door middel van schroeven en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de methode om scheurvorming in aluminium plaatdelen te detecteren.

      • Gereedschappen, materialen, apparatuur
        • De deelnemer kan de benodigde apparatuur voor het bewerken (zoals eenzijdig uitdeuken, krimpen, handmatig uitdeuken, verbinden door schroeven) van aluminium plaatdelen beschrijven en afstellen/toepassen.

        • De deelnemer kan problemen beschrijven, voorkomen en oplossen die kunnen optreden bij het bewerken/verbinden van aluminium plaatdelen.

    • Aluminium fase 2
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes/kenmerken/begrippen
        • De deelnemer kent de eigenschappen van aluminium en de constructies waarin aluminium is toegepast.

        • De deelnemer kan de toegepaste coderingen herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan constructies waarin aluminium is toegepast, herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan de effecten en kenmerken beschrijven die optreden bij het bewerken van, en het werken met aluminium.

        • De deelnemer kan de conditie van de constructie en de bewerkingen van aluminium, beoordelen en beschrijven.

        • De deelnemer  begrijpt dat afwijken van de (fabrieks) voorschriften bij het  bewerken van aluminium tot veiligheidsrisico's kan leiden.

        • De deelnemer kent begrippen zoals splijt/pel/afschuifbelasting en kan deze ook beschrijven/herkennen.

      • Mechanische verbindingen aluminium
        • De deelnemer kent de methoden om aluminium delen en de constructies waarin aluminium is toegepast, met elkaar te verbinden door middel van mechanische verbindingen (zoals schroeven, blindklinknagels, massieve of holle ponsnagels) en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de voorzorgsmaatregelen die toegepast worden voor het maken van mechanische verbindingen kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de wijze van nabewerking die toegepast wordt na het maken van mechanische verbindingen kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de diverse methoden om mechanische verbindingen van elkaar los te nemen en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de (wettelijke)voorschriften en persoonlijke veiligheidsmaatregelen die gelden voor maken van mechanische verbindingen en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kan (fabrieks)voorschriften t.b.v. het bewerken van aluminium delen, interpreteren en toepassen.

      • Lijmen/hybride verbindingen aluminium
        • De deelnemer kent de methoden om aluminium delen en de constructies waarin aluminium is toegepast, met elkaar te verbinden door middel van lijmen/hybride verbindingen en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de voorzorgsmaatregelen die toegepast worden voor het maken van lijm/hybride verbindingen kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de wijze van nabewerking die toegepast wordt na het maken van lijm/hybride verbindingen kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de diverse methoden om lijm/hybride verbindingen van elkaar los te nemen en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de (wettelijke)voorschriften en persoonlijke veiligheidsmaatregelen die gelden voor maken van lijm/hybride verbindingen en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kan (fabrieks)voorschriften t.b.v. het bewerken van aluminium delen, interpreteren en toepassen.

      • Apparatuur/gereedschappen
        • De deelnemer kan de benodigde apparatuur voor het verbinden en losnemen van aluminium delen beschrijven en afstellen/toepassen.

        • De deelnemer kan problemen beschrijven, voorkomen en oplossen die kunnen optreden bij het verbinden en losnemen van aluminium delen.

    • GMA-hardsolderen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument
        Norm volgens: FOCWA Erkenning

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kan GMA-hardsolderen herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan beschrijven voor welke materiaalsoorten GMA-hardsolderen van toepassing kan zijn.

        • De deelnemer kan de factoren aangeven die bepalend zijn voor de kwaliteit van verbindingen bij GMA-hardsolderen.

        • De deelnemer kan problemen beschrijven, voorkomen en oplossen die kunnen optreden bij GMA-hardsolderen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kan de voorbehandeling/voorzorgsmaatregelen beschrijven en toepassen t.b.v. GMA-hardsolderen.

        • De deelnemer kan het proces en de techniek van GMA-hardsolderen beschrijven en toepassen.

        • De deelnemer kan de benodigde materialen (zoals toevoegdraden CUSi3 en CuAI8) voor GMA-hardsolderen beschrijven en afstellen/toepassen.

        • De deelnemer kan de nabehandeling beschrijven en toepassen t.b.v. GMA-hardsolderen.

        • De deelnemer kan de (fabrieks)voorschriften voor GMA-hardsolderen interpreteren en toepassen.

        • De deelnemer kent de (wettelijke)voorschriften en persoonlijke veiligheidsmaatregelen die gelden voor de verbindingstechnieken en kan deze ook toepassen.

      • Gereedschappen, materialen, apparatuur
        • De deelnemer kan de benodigde apparatuur voor GMA-hardsolderen beschrijven en afstellen/toepassen.

    • High strenght steel
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de eigenschappen van HSS delen en Tailored Blanks en de constructies waarin deze materialen zijn toegepast.

        • De deelnemer kan de toegepaste naamgevingen, coderingen en afkortingen van HSS delen en Tailored Blanks herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan constructies waarin HSS delen en Tailored Blanks zijn toegepast, herkennen en beschrijven waarom HSS en Tailored Blanks op die plaatsen in de constructie worden gebruikt.

        • De deelnemer kan de conditie van HSS delen en Tailored Blanks beoordelen en beschrijven.

        • De deelnemer kan problemen beschrijven, voorkomen en oplossen die kunnen optreden bij het bewerken van HSS delen en Tailored Blanks.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kan de voorbehandeling beschrijven en toepassen t.b.v. HSS delen en Tailored Blanks.

        • De deelnemer kan het proces en de bewerkingstechnieken van HSS delen en Tailored Blanks beschrijven en toepassen.

        • De deelnemer kan de benodigde toevoeg- en bevestigingsmaterialen voor HSS delen en Tailored Blanks beschrijven en afstellen/toepassen.

        • De deelnemer kan de (fabrieks)voorschriften voor het vervangen/verbinden (snijlijnen/loshalen, etc.) van HSS delen en Tailored Blanks interpreteren en toepassen.

        • De deelnemer kan de nabehandeling beschrijven en toepassen t.b.v. HSS delen en Tailored Blanks.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) voorschriften en persoonlijke veiligheidsmaatregelen die gelden voor de bewerkingstechnieken van HSS delen en Tailored Blanks en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer  begrijpt dat afwijken van de (fabrieks) voorschriften bij het  bewerken van HSS delen en tailored blanks tot veiligheidsrisico's kan leiden.

      • Gereedschappen, materialen, apparatuur
        • De deelnemer kan de benodigde apparatuur voor het bewerken van HSS delen en Tailored Blanks beschrijven en afstellen/toepassen.

    • Uitdeuken zonder spuiten
    • Weerstandlassen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument
        Norm volgens: FOCWA Erkenning

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kan het weerstandlassen herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan de effecten en kenmerken beschrijven die optreden bij weerstandlassen.

        • De deelnemer kan de factoren aangeven die bepalend zijn voor de kwaliteit van verbindingen bij weerstandlassen.

        • De deelnemer kan problemen beschrijven, voorkomen en oplossen die kunnen optreden bij weerstandlassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kan de voorbehandeling/voorzorgsmaatregelen beschrijven en toepassen t.b.v. weerstandslassen.

        • De deelnemer kan het proces en de techniek van weerstandlassen beschrijven en toepassen.

        • De deelnemer kan de nabehandeling beschrijven en uitvoeren t.b.v. weerstandslassen.

        • De deelnemer kent de (wettelijke)voorschriften (zoals de EMV-regeling) en persoonlijke veiligheidsmaatregelen die gelden voor weerstandlassen en kan deze ook toepassen.

      • Gereedschappen, materialen, apparatuur
        • De deelnemer kan de benodigde apparatuur voor weerstandlassen beschrijven en afstellen/toepassen.

    • Veilig hijsen
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Veilig werken met de vorkheftruck
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Bedrijfsvoertuigen elektro(nica) carrosseriebouw 1
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Begrippen/relaties/verbanden/berekeningen
        • De deelnemer kent de elektrotechnische begrippen; spanning, stroom, vermogen, weerstand en elektromagnetisme en kan het verband daartussen verklaren en berekenen d.m.v. de (Wet van ohm; U=I*R en de wet van het vermogen P=U*I).
          Aandachtspunten:
          • Kan de relatie van (parasitaire) weerstanden leggen in relatie tot de spanning en de stroom in schematische weergegeven circuits.
          • Het verband tussen spanning, stroom en vermogen    omschrijven.
          • Kan vanuit het elektrisch opgegeven vermogen de stroomsterkte bepalen.
           
        • De deelnemer kan het verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning (AC/DC) omschrijven aan de hand van voorbeelden.

        • De deelnemer kan aangeven en omschrijven wat wordt verstaan onder serie-, parallel-, en gecombineerde schakelingen.
          Aandachtspunten:
          • Bepaalt van tevoren de gewenste meetmethode en meetwaarden adhv het elektrische schema.
        • De deelnemer kan omschrijven en berekenen wat er met spanning, stroom, vermogen en weerstand gebeurt in serie-, parallel-, en gecombineerde schakelingen.
          Aandachtspunten:
          • Bepaalt van tevoren de gewenste meetmethode en meetwaarden adhv het elektrische schema.
          • Kan de relatie van (parasitaire) weerstanden leggen in relatie tot de spanning en de stroom in schematische weergegeven circuits.
      • Lezen/interpreteren van eenvoudige elektrische schema’s
        • De deelnemer kan elektrische schema’s met een eenvoudige stroomkring tekenen, lezen, interpreteren en verklaren.
          Aandachtspunten:
          • Symboolherkenning, systeemherkenning en de opbouw daarvan kunnen omschrijven (ook storingen), plaats van storingen kunnen aangeven, van tevoren bepalen van de gewenste meetmethode en meetwaarden a.d.h.v. het elektrische schema.
      • Opsporen en verhelpen van storingen in eenvoudige elektrische en elektronische systemen
        • De deelnemer kan de werking van een gelijkstroommotor omschrijven.
          Aandachtspunten:
          • Stroom toename bij toerental afname.
          • Stroom afname bij toerental toename.
        • De deelnemer kan omschrijven hoe met behulp van een multi-meter (V1-V4 meting), proeflamp en/of ampèremeter, volgens een vaste procedure, weerstand, vermogen, spanning en stroom worden gemeten/ berekend.
          Aandachtspunten:
          • Spanningsverlies meten, kortsluiting opsporen, clandestiene verbruiker opsporen, foutcode uitlezen.
          • Multimeter.
          • Stroomtang.
        • De deelnemer kan omschrijven hoe eenvoudige storingen als spanningsverlies, kortsluiting en onbedoelde stroomverbruikers achterhaalt kunnen worden d.m.v. V1-V4 meting, proeflamp en/of ampèremeter en kan deze methoden ook toepassen.
          Aandachtspunten:
          • Gebruik van gangbare meetinstrumenten, meetmethoden en documentatie (elektrisch schema / aantekeningen).
          • Draadbreuk, defecte stekkerverbinding opsporen.
          • Overgangs weerstand opsporen.
          • Storingen opsporen in relais schakelingen.
        • De deelnemer kan de opbouw, werking en meetmethodes van start- en laadsystemen omschrijven en hier controles op uitvoeren.
          Aandachtspunten:
          • Typen accu's.
          • Accu(Din- en SAE norm).
          • Accu: met behulp van zuurweger, belastingsweerstand en elektronische accutester (Midtronic, Snap-on) 
        • De deelnemer kan met behulp van een systeemtester uitlezen, wissen en resetten.
          Aandachtspunten:
          • Lezen, wissen van foutcodes.
          • Verschil tussen actueel, opgeslagen foutcodes.
          • Gebruik van gangbare meetinstrumenten,  meetmethodieken en documentatie.
          • Spanningsverlies meten.
          • Kortsluiting opsporen.
          • Draadbreuk, defecte stekkerverbinding opsporen.
          • Clandestiene verbruiker opsporen.
          • Overgangs weerstand opsporen.
          • Storingen opsporen in relaisschakelingen.
          • Foutcodes; lezen, wissen van foutcodes.
        • De deelnemer kan bij het verhelpen van storingen de meest gebruikte reparatiemethoden omschrijven en elektrische verbindingen maken.
          Aandachtspunten:
          • Stekker (ongeïsoleerd en geïsoleerd), soldeerverbindingen met krimphuls, verbindingen afhankelijk van de plaats waterdicht of niet waterdicht.
          • Bedrading repareren, component repareren/vervangen.
          • Draadbreuk, bedrading/stekkerverbinding repareren.
      • Aansluiten van carrosseriecomponenten op aanwezige voertuigsystemen
        • De deelnemer kent het bestaan van opbouwvoorschriften/ richtlijnen, kan deze interpreteren en ernaar handelen en weet wat wel en niet is toegestaan. 

    • Bedrijfsvoertuigen elektro(nica) carrosseriebouw 2
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Lezen/interpreteren minder complexe elektrische schema’s
        • De deelnemer kan omschrijven op welke wijze informatiebronnen kunnen worden ingezet voor het verkrijgen van voertuiginformatie en –data en kan deze informatiebronnen ook toepassen.
          Aandachtspunten:
          • Het gangbare multimedia-gebruik in de werkplaats   omschrijven bij het verkrijgen van voertuiginformatie.
          • Multimedia toepassen voor het verkrijgen van voertuiginformatie bijv. toepassen van autodatasystemen.
          • Schema’s vinden.
          • Schema’s lezen.
          • Component informatie vinden en gebruiken.
          • Component locatie.
        • De deelnemer kan elektrische schema’s tekenen, lezen, interpreteren waar sensoren, actuatoren en ECU’s deel van uitmaken.
          Aandachtspunten:
          • Symboolherkenning, systeemherkenning en de werking daarvan kunnen omschrijven (ook storingen), locatie opsporen van componenten en verbindingen in het voertuig.
          • Voorbeelden van de hier bedoelde voertuigsystemen zijn bijvoorbeeld een airbagsysteem, verlichtingssysteem, parkeerhulp, etc.
          • Het toepassen van een werkplaatsinformatiesysteem.
      • Meten/interpreteren signalen in elektr(on)ische systemen
        • De deelnemer kan het verband tussen spanning, stroom en weerstand in elektrische schakelingen beschrijven.

        • De deelnemer kan omschrijven wat de functie en werking is van sensoren en actuatoren in elektronische voertuigsystemen en hoe daarbij de spanningen en stromen in elektronische voertuigsystemen verlopen.
          Aandachtspunten:
          • Aan de hand van elektrische schema’s eventueel mbv inkleuren, binnen het kader van werking sensoren en actuatoren, de werking van de regeleenheid in relatie tot sensoren en actuatoren omschrijven.
        • De deelnemer kan omschrijven wat de functie/toepassing en de werking is van de verschillende soorten actuatoren en sensoren in elektronische voertuigsystemen.
          Aandachtspunten:
          • Passieve, actieve en intelligente sensoren.
          • Type sensoren en hun toepassingen zoals:
          • Analoge of digitale druksensoren (piezo, membraan).
          • Temperatuursensor (NTC, PTC).
          • Massastroomsensoren (hittedraadsensor, hittefilmsensor), zuurstofsensor (actief en passief), detonatiesensoren, gier- en versnellingssensoren.
          • Type actuatoren en hun toepassingen, zoals:
          • Elektromotoren (stappenmotor, stelmotor, pompmotor).
          • Relais en schakelaars.
          • Elektromagnetische kleppen (solenoïde).
          • Elektromotoren.
          • Verwarmingselementen.
        • De deelnemer kan omschrijven op welke wijze meet- en testapparaat dient te worden aangesloten om meet- en testgegevens te verkrijgen, hoe de apparatuur werkt en welke meet- en testapparatuur, in welke gevallen, het best kunnen worden ingezet.
          Aandachtspunten:
          • Toepassing van de multimeter of universeelmeter, scoop, foutcode-uitlezer. Stroommetingen met ampèremeter/tang.
        • De deelnemer kan omschrijven welke meet- of diagnosemethodes kunnen worden uitgevoerd met behulp van een systeemtester en kan deze methodes toepassen.
          Aandachtspunten:
          • Stroommetingen met ampèremeter en -tang, gemeten met multimeter, scoop.
          • Toepassing van de multimeter, oscilloscoop, systeemtester.
      • Opsporen en verhelpen van storingen in minder complexe elektrische en elektronische systemen
        • De deelnemer kan met behulp van een multimeter vaststellen of er schade (of een storing) is opgetreden aan een regeleenheid, de bedrading of het component zelf dat door de regeleenheid wordt aangestuurd en kan hierbij de gemeten waarden interpreteren.
          Aandachtspunten:
          • Multimeter, oscilloscoop, systeemtester.
          • Binnen de bij de kennisaspecten genoemde systemen (elektrische en elektronische hoofdsystemen).
          • Onderscheid maken tussen defecte sensor, actuator, regeleenheid en periferie.
          • Kortsluiting, overgangsweerstanden en afwijkende componentwaarden.
        • De deelnemer kan omschrijven hoe de procedure verloopt van het uitvoeren van een (schade)diagnose of het meten/testen van voertuigsystemen en kan op basis van de verkregen meet- en testgegevens omschrijven welke reparatiemethoden vereist is.
          Aandachtspunten:
          • Systematisch en geldend voor de genoemde systemen (doorvragen, van grof naar fijn).
          • Toepassing van verbindings- en montage gereedschappen.
          • Toepassing van verbindings- en montage gereedschappen.
        • De deelnemer kan storingen, veroorzaakt door voertuigschade, in minder complexe elektronische voertuigsystemen opsporen en deze storingen verhelpen.
          Aandachtspunten:
          • Multimeter, systeemtester en/of oscilloscoop.
          • Gebruik makend van de juiste reparatie methodes.
    • Repareren van (schuif)zeil- en gesloten carrosserieën
      • Initiatiefnemer: OOC