A    X
Werken met schadecalculatiesystem
Effectief schadecalculeren
Logistiek in het schadeherstelbed
Verzekeringstechnische aspecten v
Communicatie met werknemers
Leidinggeven
Personeelsmanagement
Plannen en organiseren
Communicatie met klanten

B 

Deelbranche: Schadeherstel

Vestigingsmanager

Branchekwalificaties

    • Werken met schadecalculatiesystemen
    • Effectief schadecalculeren
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Logistiek in het schadeherstelbedrijf
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Verzekeringstechnische aspecten van het schaderegelen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Voorbereiding en gedragsregels
        • Kent de Wet Aansprakelijkheid Motorvoertuigen, de bepalingen en de bevoegdheden en de onderwerpen die in deze wet geregeld zijn en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • Kent het begrip na-risico en weet wanneer hiervan sprake is.

        • Kent in algemene zin de bepalingen en onderwerpen die geregeld zijn in het verzekeringsrecht en de wetskennis waaruit dit voortvloeit en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • Kent de bevoegdheden van politieambtenaren ten aanzien van het invorderen van kentekenbewijzen.

        • Kent de gedragsregels ten aanzien van het doorbelasten van kosten.

        • Kent de gedragsregels ten aanzien van de uitvoering van taxatie.

        • Kent de gedragsregels ten aanzien van de uitvoering van expertise.

        • Kent de bepalingen en voorschriften omtrent WOK meldingen.

        • Weet wie, in welke situatie opdrachtgever is van een opdracht tot reparatie.

        • Kent zijn onderhandelingspositie ten opzichte van de expert en kan daar ook als zodanig naar handelen.

      • Verzekeringen en gebruikte terminologie
        • Kent het proces met betrekking tot de aangifte van schade en de daar bijbehorende formulieren en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • Kent de begrippen WA, WA (beperkt/ volledig) casco en weet onder welk type verzekering deze begrippen vallen.

        • Kent het begrip indemniteitsbeginsel en weet wanneer hiervan sprake is.

        • Kent het begrip akte van cessie en weet wanneer hiervan sprake is.

        • Kent het begrip recht van retentie en weet wanneer hiervan sprake is.

        • Kent het begrip eigen risico en weet wanneer hiervan sprake is.

        • Kent het begrip bonus-malus en weet wanneer hiervan sprake is.

        • Kent het begrip garageverzekering en weet wanneer hiervan sprake is.

      • Schaderegelen en begrippen
        • Kent de procedure tot het afwikkelen van een schade en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • Kent de bepalingen en voorwaarden met betrekking tot het claimen van schade.

        • Kent de afspraken die gemaakt kunnen worden tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

        • Kent de bepaling en voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op het waarborgfonds.

        • Kent de procedure rond het signaleren van fraude en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • Kan bepalen wanneer sprake is van een Total-Loss.

        • Kan de dagwaarde van een voertuig bepalen.

        • Kent de berekeningsmethodiek met betrekking tot waardevermindering en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • Kent de verschillende kentekenbewijzen en –platen en weet in welke situaties deze worden toegepast.

    • Communicatie met werknemers
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Communiceren met werknemers
        • De deelnemer kent de voorwaarden voor succesvolle communicatie en kan deze toepassen: luisteren/lezen, woordkeuze/non-verbaal/houding, stemgebruik/zinsopbouw, vragen stellen/beantwoorden, aandacht geven.

        • De deelnemer kan voorafgaande de onderhandelingen zijn onderhandelingsmiddelen bepalen en inschatten welke zijn onderhandelingspartner hem kan bieden, en kan deze tijdens de onderhandeling inzetten.

        • De deelnemer kan voorafgaande en/of tijdens de onderhandelingen het gezamenlijk belang bepalen/inschatten en hierop focussen tijdens het gesprek.

        • De deelnemer kan de onderhandelingen afronden/afsluiten door het afsluiten van een gezamenlijke overeenstemming.

        • De deelnemer kan werknemers voorlichten en onderrichten over relevante bedrijfsspecifieke zaken (processen, verbeteringen, beleidsdoelstellingen) en over onderwerpen die voortvloeien uit bijvoorbeeld de Arbowet.

        • v

        • De deelnemer kan zijn boodschap afstemmen op het type werknemer: dominant/extravert, dominant/introvert, subdominant/extravert, subdominant/introvert.

        • De deelnemer kan afspraken maken: Formulering en inhoud afstemmen op de gesprekspartner, reële verwachtingen scheppen, afspraken maken.

        • De deelnemer kan onvrede bij werknemers (voortijdig) signaleren, voorkomen, behandelen, oplossen en daarbij de afweging maken tussen het belang van de werknemer en het belang van het bedrijf.

        • De deelnemer kan omgaan met conflicten en escalaties voorkomen.

    • Leidinggeven
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Leidinggeven
        • De deelnemer kan medewerkerstypes herkennen (actief/reflectief, taakgericht/resultaatgericht).

        • De deelnemer kan de samenstelling van een medewerkersteam onderkennen en kan hierop anticiperen/mee omgaan.

        • De deelnemer kan de cohesie binnen een team realiseren, behouden en versterken (teambuilding).

        • De deelnemer kan doelstellingen bepalen en/of vertalen naar de werkvloer en kan hier op sturen.

        • De deelnemer kan onderscheid maken wat belangrijk of urgent is, kan prioriteiten stellen en activiteiten realistisch inplannen (timemanagement).

        • De deelnemer kan de juiste werkzaamheden en taken delegeren aan de juiste mensen (afgestemd op hun competenties).

        • De deelnemer kan medewerkers motiveren, stimuleren, feedback geven.

        • De deelnemer kan medewerkers coachen in hun leercurve bij het aanleren van nieuwe taken (situationeel leiderschap).

        • De deelnemer kan medewerkers begeleiden in hun inzetbaarheid (situationeel leiderschap).

        • De deelnemer kan gedrag en houding van medewerkers beïnvloeden/veranderen/bevorderen.

    • Personeelsmanagement
    • Plannen en organiseren
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Communicatie met klanten (Communicatie en klantrelatie)
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Communiceren met klanten
        • De deelnemer kent de voorwaarden voor succesvolle communicatie met de klant en kan deze toepassen: luisteren/lezen, woordkeuze/non-verbaal/houding, stemgebruik/zinsopbouw, vragen stellen/beantwoorden, aandacht geven/klant centraal stellen.

        • De deelnemer kan zich presenteren als deskundige en ambassadeur van het bedrijf, vertrouwen wekken, en de klant ontzorgen.

        • De deelnemer kan kansen (voortijdig) signaleren en benutten.

        • De deelnemer kan de klant informatie en advies geven die is afgestemd op het klanttype: dominant/extravert, dominant/introvert, subdominant/extravert, subdominant/introvert.

        • De deelnemer kan afspraken maken: Formulering en inhoud afstemmen op de gesprekspartner, reële verwachtingen scheppen, afspraken maken met betrekking tot de opdracht.

        • De deelnemer kan klachten van klanten (voortijdig) signaleren, voorkomen, behandelen, oplossen: Afwegingen maken tussen het belang van de klant en het belang van het bedrijf, voorkomen van discussie, gedrag naar de klant.

        • De deelnemer kan omgaan met conflicten en escalaties voorkomen.