A    X
Afleveringsklaarmaken van bedrijf
Transportkoeling
F-gassen
Bedrijfsvoertuigen elektro(nica)
Bedrijfsvoertuigen elektro(nica)

B 

Deelbranche: Carrosseriebouw

Onderhoudsmonteur Koelsystemen

De Onderhoudsmonteur Koelsystemen is een van de specialisten die voornamelijk werkzaam is in het carrosseriebouwbedrijf. Koelsystemen moeten afhankelijk van hun toepassing aan verschillende specificaties voldoen op het gebied van geluidsproductie, hygiëne, milieuvoorschriften, etc.

Branchekwalificaties

    • Afleveringsklaarmaken van bedrijfsvoertuigen
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Transportkoeling
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes/kenmerken/begrippen
        • De deelnemer kent de verschillende koelsystemen.

        • De deelnemer kent de principewerking van mechanische koeling.

        • De deelnemer kent de begrippen warmte- c.q. koude-overdracht, directe warmte-overdracht, indirecte warmte-overdracht, warmtegeleiding en warmtegeleidingsvermogen, Log pH.

        • De deelnemer kan het natuurkundig principe waarop alle koelmethoden berusten omschrijven.

        • De deelnemer kan omschrijven waarom, op welke wijze en op welke plaats(en) de temperatuur in een laadruimte gemeten kan worden.

        • De deelnemer kan omschrijven waarom een goede luchtcirculatie in een laadruimte van belang is en hoe deze wordt verkregen.

        • De deelnemer kan beschrijven wat wordt verstaan onder een direct - en een indirect koelsysteem.

        • De deelnemer kan aangeven hoe de werkelijke "koudebehoefte" c.q. "warmtebehoefte" van een opbouw wordt bepaald.

        • De deelnemer kan aangeven wat oorzaken kunnen zijn van temperatuurverandeirngen in een laadruimte.

        • De deelnemer kan aangeven waarvan de warmte-uitwisseling via het dak, wanden en vloer van een laadruimte afhankelijk is.

        • De deelnemer kan de mogelijke koudebronnen cq warmtebronnen van geïsoleerde laadruimten noemen.

        • De deelnemer kan het doel van het isoleren van laadruimten omschrijven en op welke wijze dit kan worden gerealiseerd.

        • De deelnemer kan omschrijven wat wordt verstaan onder een isolatiemateriaal en weet van elk (isolatie) materiaal de specifieke eigenschappen te noemen.

        • De deelnemer kent de milieurisico's/ wetgeving van het werken met koelsystemen en koudemiddelen en kan hierop actie ondernemen. 

      • Opbouw koelsysteem
        • De deelnemer kent de hoofdindeling van koelsystemen en kan per hoofdgroep de voor -  en nadelen noemen.

        • De deelnemer kan, eventueel aan de hand van schets(en), de toepasbare koelsystemen cq verwarmingssystemen van laadruimten omschrijven.

        • De deelnemer kan, eventueel aan de hand van schets(en), de voorzieningen die aan/in de opbouw moeten worden getroffen voor het vervoer met een specifieke koelmethode noemen.

        • De deelnemer kan, eventueel aan de hand van schets(en) de onderdelen waaruit het specifieke koelsysteem kan bestaan noemen en per onderdeel de functie ervan beschrijven.

        • De deelnemer kan het elektrische schema van een koelinstallatie van 12/24 Volt, lezen en toepassen.

        • De deelnemer kent de elektrotechnische aspecten van een koelinstallaties van 220/380 Volt.

        • De deelnemer kent de aandrijftechniek die wordt toegepast in relatie tot koelinstallaties.

      • Inbouwen/onderhoud/storingen
        • De deelnemer kent de voorwaarden voor het inbouwen van transportkoelinstallaties en randapparatuur en kan deze toepassen.

        • De deelnemer kent de aspecten voor het onderhouden van transportkoelinstallaties en randapparatuur en kan deze toepassen.

        • De deelnemer kent de werkzaamheden die nodig zijn voor het inwerking stellen en houden van een koelinstallatie en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de storingen die zich kunnen voordoen in een koelinstallatie.

    • F-gassen
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Bedrijfsvoertuigen elektro(nica) carrosseriebouw 1
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Begrippen/relaties/verbanden/berekeningen
        • De deelnemer kent de elektrotechnische begrippen; spanning, stroom, vermogen, weerstand en elektromagnetisme en kan het verband daartussen verklaren en berekenen d.m.v. de (Wet van ohm; U=I*R en de wet van het vermogen P=U*I).
          Aandachtspunten:
          • Kan de relatie van (parasitaire) weerstanden leggen in relatie tot de spanning en de stroom in schematische weergegeven circuits.
          • Het verband tussen spanning, stroom en vermogen    omschrijven.
          • Kan vanuit het elektrisch opgegeven vermogen de stroomsterkte bepalen.
           
        • De deelnemer kan het verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning (AC/DC) omschrijven aan de hand van voorbeelden.

        • De deelnemer kan aangeven en omschrijven wat wordt verstaan onder serie-, parallel-, en gecombineerde schakelingen.
          Aandachtspunten:
          • Bepaalt van tevoren de gewenste meetmethode en meetwaarden adhv het elektrische schema.
        • De deelnemer kan omschrijven en berekenen wat er met spanning, stroom, vermogen en weerstand gebeurt in serie-, parallel-, en gecombineerde schakelingen.
          Aandachtspunten:
          • Bepaalt van tevoren de gewenste meetmethode en meetwaarden adhv het elektrische schema.
          • Kan de relatie van (parasitaire) weerstanden leggen in relatie tot de spanning en de stroom in schematische weergegeven circuits.
      • Lezen/interpreteren van eenvoudige elektrische schema’s
        • De deelnemer kan elektrische schema’s met een eenvoudige stroomkring tekenen, lezen, interpreteren en verklaren.
          Aandachtspunten:
          • Symboolherkenning, systeemherkenning en de opbouw daarvan kunnen omschrijven (ook storingen), plaats van storingen kunnen aangeven, van tevoren bepalen van de gewenste meetmethode en meetwaarden a.d.h.v. het elektrische schema.
      • Opsporen en verhelpen van storingen in eenvoudige elektrische en elektronische systemen
        • De deelnemer kan de werking van een gelijkstroommotor omschrijven.
          Aandachtspunten:
          • Stroom toename bij toerental afname.
          • Stroom afname bij toerental toename.
        • De deelnemer kan omschrijven hoe met behulp van een multi-meter (V1-V4 meting), proeflamp en/of ampèremeter, volgens een vaste procedure, weerstand, vermogen, spanning en stroom worden gemeten/ berekend.
          Aandachtspunten:
          • Spanningsverlies meten, kortsluiting opsporen, clandestiene verbruiker opsporen, foutcode uitlezen.
          • Multimeter.
          • Stroomtang.
        • De deelnemer kan omschrijven hoe eenvoudige storingen als spanningsverlies, kortsluiting en onbedoelde stroomverbruikers achterhaalt kunnen worden d.m.v. V1-V4 meting, proeflamp en/of ampèremeter en kan deze methoden ook toepassen.
          Aandachtspunten:
          • Gebruik van gangbare meetinstrumenten, meetmethoden en documentatie (elektrisch schema / aantekeningen).
          • Draadbreuk, defecte stekkerverbinding opsporen.
          • Overgangs weerstand opsporen.
          • Storingen opsporen in relais schakelingen.
        • De deelnemer kan de opbouw, werking en meetmethodes van start- en laadsystemen omschrijven en hier controles op uitvoeren.
          Aandachtspunten:
          • Typen accu's.
          • Accu(Din- en SAE norm).
          • Accu: met behulp van zuurweger, belastingsweerstand en elektronische accutester (Midtronic, Snap-on) 
        • De deelnemer kan met behulp van een systeemtester uitlezen, wissen en resetten.
          Aandachtspunten:
          • Lezen, wissen van foutcodes.
          • Verschil tussen actueel, opgeslagen foutcodes.
          • Gebruik van gangbare meetinstrumenten,  meetmethodieken en documentatie.
          • Spanningsverlies meten.
          • Kortsluiting opsporen.
          • Draadbreuk, defecte stekkerverbinding opsporen.
          • Clandestiene verbruiker opsporen.
          • Overgangs weerstand opsporen.
          • Storingen opsporen in relaisschakelingen.
          • Foutcodes; lezen, wissen van foutcodes.
        • De deelnemer kan bij het verhelpen van storingen de meest gebruikte reparatiemethoden omschrijven en elektrische verbindingen maken.
          Aandachtspunten:
          • Stekker (ongeïsoleerd en geïsoleerd), soldeerverbindingen met krimphuls, verbindingen afhankelijk van de plaats waterdicht of niet waterdicht.
          • Bedrading repareren, component repareren/vervangen.
          • Draadbreuk, bedrading/stekkerverbinding repareren.
      • Aansluiten van carrosseriecomponenten op aanwezige voertuigsystemen
        • De deelnemer kent het bestaan van opbouwvoorschriften/ richtlijnen, kan deze interpreteren en ernaar handelen en weet wat wel en niet is toegestaan. 

    • Bedrijfsvoertuigen elektro(nica) carrosseriebouw 2
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Lezen/interpreteren minder complexe elektrische schema’s
        • De deelnemer kan omschrijven op welke wijze informatiebronnen kunnen worden ingezet voor het verkrijgen van voertuiginformatie en –data en kan deze informatiebronnen ook toepassen.
          Aandachtspunten:
          • Het gangbare multimedia-gebruik in de werkplaats   omschrijven bij het verkrijgen van voertuiginformatie.
          • Multimedia toepassen voor het verkrijgen van voertuiginformatie bijv. toepassen van autodatasystemen.
          • Schema’s vinden.
          • Schema’s lezen.
          • Component informatie vinden en gebruiken.
          • Component locatie.
        • De deelnemer kan elektrische schema’s tekenen, lezen, interpreteren waar sensoren, actuatoren en ECU’s deel van uitmaken.
          Aandachtspunten:
          • Symboolherkenning, systeemherkenning en de werking daarvan kunnen omschrijven (ook storingen), locatie opsporen van componenten en verbindingen in het voertuig.
          • Voorbeelden van de hier bedoelde voertuigsystemen zijn bijvoorbeeld een airbagsysteem, verlichtingssysteem, parkeerhulp, etc.
          • Het toepassen van een werkplaatsinformatiesysteem.
      • Meten/interpreteren signalen in elektr(on)ische systemen
        • De deelnemer kan het verband tussen spanning, stroom en weerstand in elektrische schakelingen beschrijven.

        • De deelnemer kan omschrijven wat de functie en werking is van sensoren en actuatoren in elektronische voertuigsystemen en hoe daarbij de spanningen en stromen in elektronische voertuigsystemen verlopen.
          Aandachtspunten:
          • Aan de hand van elektrische schema’s eventueel mbv inkleuren, binnen het kader van werking sensoren en actuatoren, de werking van de regeleenheid in relatie tot sensoren en actuatoren omschrijven.
        • De deelnemer kan omschrijven wat de functie/toepassing en de werking is van de verschillende soorten actuatoren en sensoren in elektronische voertuigsystemen.
          Aandachtspunten:
          • Passieve, actieve en intelligente sensoren.
          • Type sensoren en hun toepassingen zoals:
          • Analoge of digitale druksensoren (piezo, membraan).
          • Temperatuursensor (NTC, PTC).
          • Massastroomsensoren (hittedraadsensor, hittefilmsensor), zuurstofsensor (actief en passief), detonatiesensoren, gier- en versnellingssensoren.
          • Type actuatoren en hun toepassingen, zoals:
          • Elektromotoren (stappenmotor, stelmotor, pompmotor).
          • Relais en schakelaars.
          • Elektromagnetische kleppen (solenoïde).
          • Elektromotoren.
          • Verwarmingselementen.
        • De deelnemer kan omschrijven op welke wijze meet- en testapparaat dient te worden aangesloten om meet- en testgegevens te verkrijgen, hoe de apparatuur werkt en welke meet- en testapparatuur, in welke gevallen, het best kunnen worden ingezet.
          Aandachtspunten:
          • Toepassing van de multimeter of universeelmeter, scoop, foutcode-uitlezer. Stroommetingen met ampèremeter/tang.
        • De deelnemer kan omschrijven welke meet- of diagnosemethodes kunnen worden uitgevoerd met behulp van een systeemtester en kan deze methodes toepassen.
          Aandachtspunten:
          • Stroommetingen met ampèremeter en -tang, gemeten met multimeter, scoop.
          • Toepassing van de multimeter, oscilloscoop, systeemtester.
      • Opsporen en verhelpen van storingen in minder complexe elektrische en elektronische systemen
        • De deelnemer kan met behulp van een multimeter vaststellen of er schade (of een storing) is opgetreden aan een regeleenheid, de bedrading of het component zelf dat door de regeleenheid wordt aangestuurd en kan hierbij de gemeten waarden interpreteren.
          Aandachtspunten:
          • Multimeter, oscilloscoop, systeemtester.
          • Binnen de bij de kennisaspecten genoemde systemen (elektrische en elektronische hoofdsystemen).
          • Onderscheid maken tussen defecte sensor, actuator, regeleenheid en periferie.
          • Kortsluiting, overgangsweerstanden en afwijkende componentwaarden.
        • De deelnemer kan omschrijven hoe de procedure verloopt van het uitvoeren van een (schade)diagnose of het meten/testen van voertuigsystemen en kan op basis van de verkregen meet- en testgegevens omschrijven welke reparatiemethoden vereist is.
          Aandachtspunten:
          • Systematisch en geldend voor de genoemde systemen (doorvragen, van grof naar fijn).
          • Toepassing van verbindings- en montage gereedschappen.
          • Toepassing van verbindings- en montage gereedschappen.
        • De deelnemer kan storingen, veroorzaakt door voertuigschade, in minder complexe elektronische voertuigsystemen opsporen en deze storingen verhelpen.
          Aandachtspunten:
          • Multimeter, systeemtester en/of oscilloscoop.
          • Gebruik makend van de juiste reparatie methodes.