A    X
Tekening lezen
Technisch tekenen
Werkvoorbereiden
Communicatie en organisatie
Carrosserieconstructies

B 

Deelbranche: Carrosseriebouw

Tekenaar Werkvoorbereider

De Tekenaar Werkvoorbereider werkt bij een bedrijf dat actief is in de metaalproductenindustrie. Hij werkt op het bedrijfsbureau / de tekenkamer.

Branchekwalificaties

    • Tekening lezen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Tekening lezen
        • De deelnemer kent de algemene symbolen en aanduidingen in een technische tekening en kan deze lezen (vorm- en plaatstoleranties, oppervlaktebehandeling, etc.).

        • De deelnemer kent het doel van het titelblok in een technische tekening en kan de titelvelden benoemen en identificeren.

        • De deelnemer kent de projectiemethoden die in technische tekeningen gebruikt worden en kan deze lezen (Amerikaans, Europees, etc.).

        • De deelnemer kent de lijnsoorten die in technische tekeningen gebruikt worden en kan deze lezen. 

        • De deelnemer kent de betekenis van de gebruikelijke afkortingen in specificatiebladen van leveranciers en kan deze van de tekeningen aflezen (wielbasis, vooroverbouw, achteroverbouw, etc.).

        • De deelnemer begrijpt de relatie tussen originele en detailtekeningen.

        • De deelnemer kan fouten en ontbrekende maten in tekeningen achterhalen en verhelpen.  

    • Technisch tekenen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Technisch tekenen
        • De deelnemer kent de genormaliseerde tekenregels en kan deze toepassen.

        • De deelnemer kent de algemene symbolen en aanduidingen in een technische tekening en kan deze toepassen (vorm- en plaatstoleranties, oppervlaktebehandeling, etc.).

        • De deelnemer kent het doel van het titelblok in een technische tekening en kan de titelvelden invullen.

        • De deelnemer kent de projectiemethodes die in technische tekeningen gebruikt worden en kan deze toepassen.
          Aandachtspunten:

          • Amerikaans, Europees, isometrisch.
        • De deelnemer kent de lijnsoorten die in technische tekeningen gebruikt worden en kan deze toepassen.

        • De deelnemer kent de relatie tussen verschillende soorten tekeningen en kan deze tekenen.
          Aandachtspunten:

          • Samenstellingstekeningen, detailtekeningen, doorsnedes.
        • De deelnemer kent relevante NEN-/ISO-normen en kan deze toepassen.
          Aandachtspunten:

          • DIN en ISO 3098 - 0: 1998-02 (normschrift)
          • DIN en ISO 3098 - 2: 2000-11 (normschrift)
          • DIN en ISO 5455: 1995 (schalen)
          • DIN en ISO 5457: 1999-07 (papierformaten)
          • DIN 250: 1972-07 (straal van afrondingen)
          • DIN323-1: 1974-08 (normale getallen)
          • DIN 6771-1: 1970-12 (titelhoek)
          • DIN en ISO 128-24: 1999-12 (lijnsoorten)
          • DIN en ISO 5456-3: 1998-04 (axonometische projecties)
          • DIN en ISO 5456-2: 1998-04 (ordening der aanzichten)
          • ISO 128 en DIN 6-1: 1986-12 (bijzondere voorstellingen)
          • ISO 128 en DIN 6-2: 1986-12 (doorsneden)
          • DIN 406-11 1992-12 (maataanduidingen)
          • DIN en ISO 6410-1: 1993-12 (maataanduidingen)
          • DIN 406-2: 1981-08 (maataanduidingen)
          • DIN en ISO 6410-3: 1993-2 (vereenvoudigde aanduidingen)
          • DIN en ISO 128-22: 1999-11 (maatgetallen en straalaanduidingen)
          • DIN en ISO 128-22: 1999-11 (symbolen voor maatgetallen)
          • DIN 406-11: 1992-12 (afschuiningen en soeverijnen)
          • DIN en ISO 6410-1: 1993-1 (afschuiningen en soeverijnen)
          • DIN 406-11: 1992-12 (schroeven)
          • DIN en ISO 6410: 1993-12 (schroefdraad en schroefonderdelen)
          • DIN 202: 1988-01 (schroefdraad en schroefonderdelen)
          • DIN 406-11: 1992-12 (schroefdraad en schroefonderdelen)
          • DIN 406-2: 1981-08 (helling en tapsheid)
          • DIN 406-11: 1992-12 (inschrijving van maten en toleranties van kegels)
          • DIN en ISO 3040: 1991-09 (inschrijving van maten en toleranties van kegels)
        • De deelnemer kan de maatvoering bepalen binnen de normen van de ontwerpspecificatie. 

        • De deelnemer kan, op basis van een ontwerp, tekeningen tekenen inclusief bemating en aanzichten. 

        • De deelnemer kent de betekenis van de gebruikelijke afkortingen in specificatiebladen van leveranciers en kan deze bij tekeningen toepassen (wielbasis, vooroverbouw, achteroverbouw, etc.).

        • De deelnemer kent de opbouw van materiaal- en stuklijsten en kan deze, aan de hand van tekeningen, opstellen. 

    • Werkvoorbereiden
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Werkvoorbereiden
        • De deelnemer kent de opbouw van verschillende bedrijfsorganisaties en de processen daarbinnen.

        • De deelnemer kent de werkzaamheden die tot de werkvoorbereiding behoren.

        • De deelnemer kent de informatiebronnen zoals die gebruikt worden tijdens de werkvoorbereiding en kan deze toepassen.
          Aandachtspunten: 

          • klantorders, werktekeningen, werkopdrachten, contracten, orderbevestiging/ offerte, planningen, schema’s, werkinstructies, etc.
        • De deelnemer weet welke informatie nodig is voor een juiste werkvoorbereiding en kan ontbrekende informatie signaleren. 

        • De deelnemer kan technische informatie, (werk)tekeningen, contracten, orderbevestiging/ offerte lezen en interpreteren.

        • De deelnemer kan de toegepaste naamgevingen, coderingen en afkortingen in technische informatie, (werk)tekeningen, contracten, orderbevestiging/ offerte herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kent de factoren die bepalend zijn voor goede archivering. 

        • De deelnemer kan, op basis van verkregen informatie, documenten ten behoeve van de uitvoering opstellen.
          Aandachtspunten:

          • onder ‘documenten’ wordt verstaan schema’s, instructies, tekeningen, opdrachten.
        • De deelnemer kan, op basis van verkregen informatie, documenten ten behoeve van de uitvoering opstellen.
          Aandachtspunten:

          • onder ‘documenten’ wordt verstaan schema’s, instructies, tekeningen, opdrachten.
        • De deelnemer kan, op basis van verkregen informatie, de meest efficiënte werkmethode en werkvolgorde bepalen. 

        • De deelnemer kan, op basis van verkregen informatie, de benodigde manuren, inzet van productiemiddelen en inzet van materieel bepalen. 

        • De deelnemer kan, op basis van verkregen informatie, materiaal- en stuklijsten opstellen. 

        • De deelnemer kan, op basis van verkregen informatie, bepalen welke materialen en/ of materieel ingekocht dan wel ingehuurd dienen te worden.

        • De deelnemer begrijpt de relatie tussen voorraad, materiaalkeuze en benodigde manuren om te komen tot een positief kostentechnisch resultaat. 

        • De deelnemer kent de beperkingen en mogelijkheden van verschillende uitvoeringstechnieken.

        • De deelnemer kent de afhankelijkheid en volgordelijkheid van verschillende uitvoeringsprocessen en –technieken.

        • De deelnemer kent de verschillende middelen en hun toepassingsmogelijkheden die bij het fabriceren van technische producten worden toegepast.
          Aandachtspunten:

          • onder ‘’middelen’ wordt verstaan materialen, machines, arbeidsmiddelen, etc.
        • De deelnemer kent de interne en externe factoren die werkprocessen kunnen stagneren, kan deze signaleren en optimaliseren.

    • Communicatie en organisatie
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Leiding geven
        • De deelnemer kan verschillende stijlen van leidinggeven beschrijven zoals situationeel leidinggeven, coachend leidinggeven, taak en resultaatgericht leidinggeven, relatie en mensgericht leidinggeven en kan deze naar gelang de situatie als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kan het begrip “afdelingsdoelstelling” omschrijven en kan verschillende doelstellingen benoemen zoals; huidige situatie en gewenste situatie, afdelingsvisie en medewerkersvisie, omzet en resultaat.

        • De deelnemer kan verschillende soorten gesprekken in de rol van leidinggevende benoemen en omschrijven zoals correctiegesprek, coachinggesprek, feedback gesprek en sollicitatiegesprek en in voorkomende situaties als zodanig toepassen.

      • Overleg voeren/informeren
        • De deelnemer kan de functie en doelstellingen van een overleg beschrijven.

        • De deelnemer kan verschillende vormen van overleg beschrijven zoals werkbespreking/verdeling, werkoverleg, vergadering en instructiebespreking.

        • De deelnemer kent de verschillen tussen formele en informele communicatiestromen, informeren en/of inspraak bieden, besluiten nemen en/of afspraken maken.

        • De deelnemer kan een werkoverleg of vergadering voorbereiden (agenda opstellen, tijdsplanning maken, deelnemers selecteren en uitnodigen, locatie en catering regelen).

        • De deelnemer kan een vergadering of werkoverleg leiden (vergaderregels, regie, sfeer, groepsdynamiek, betrokkenheid, feedback, timemanagement en resultaat).

      • Overtuigen
        • De deelnemer kan de afdelingsdoelen en afspraken uitdragen en overdragen op de medewerkers.

        • De deelnemer kent de waarde van voorbeeldgedrag, het uiten van positieve waardering, ondersteuning en feedback naar de medewerkers en het creëren van betrokkenheid bij de medewerkers en kan hier als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer kan medewerkers in gesprekken begeleiden en aansturen op afgesproken persoonlijke en team doelstellingen.

    • Carrosserieconstructies
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Carrosserieconstructie
        • De deelnemer kent verschillende soorten uitvoeringsvormen van carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Open laadbak, gesloten laadbak, laadbak met huif, tankwagen, kipper, met/ zonder hulpraam, etc.
        • De deelnemer kan wettelijke normen vanuit de overheid, (opbouw)richtlijnen en technische informatie interpreteren en toepassen.
          Aandachtspunten:

          • Wettelijke normen vanuit de overheid hebben o.a. betrekking op lengte, breedte, verlichting.
          • (Opbouw)richtlijnen kunnen vanuit de RDW en/of de fabrikant zijn.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten constructie- en bevestigingsmethoden die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Lijmen, schroeven, hybride (lijm in combinatie met schroef), speciale profielen, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten hang- en sluitwerk die toegepast worden in deuren, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Pianoscharnier, opbouwscharnier, inbouwsluiting, opbouwsluiting, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten lijsten en rubbers die aan de buitenzijde van carrosserieconstructies toegepast worden, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Afwerklijsten, stootrubbers, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten vastzetinrichtingen/ vastzetsystemen die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Ladingvastzetrail, borgrail, kaprail, bodemrail, cargorail, bindrail, vastzetbuis, telescoopstangen, sperstangen, kledingstangen, beugels, sjorbanden, sjorogen, sjorkettingen, spanbanden, twistlocks, rong, rongbus, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten laad- en lossystemen die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Rollenbanen, walking/ moving floor, achtersluitlaadklep, ondersluitlaadklep, hydraulische laadkraan, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten isolaties die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen (isolatie voor warmte, koude, geluid).
          Aandachtspunten:

          • PU-schuim, hardschuim.
      • Materialen en verbindingen
        • De deelnemer kent de verschillende soorten materialen die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Kunststof, staal, roestvaststaal, aluminium, hout, etc.
          • Combinatie van materialen (bijvoorbeeld roestvaststaal en aluminium). 
        • De deelnemer kent de verschillende soorten verbindingstechnieken die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • MIG-lassen, MAG-lassen, TIG-lassen, lijmen, schroeven, bouten, klikprofielen, verbindingsprofielen, etc.
        • De deelnemer kan de gevolgen omschrijven van een onjuiste toepassing van materialen in een carrosserieconstructie.

        • De deelnemer kan de gevolgen omschrijven van een onjuiste toepassing van verbindingen in een carrosserieconstructie.

        • De deelnemer kan een beredeneerde keuze maken tussen uitvoeringsvormen van carrosserieconstructies in relatie tot de te vervoeren lading.

        • De deelnemer kan een beredeneerde keuze maken tussen verschillende soorten koel- en verwarmingingssystemen (in de vloer) in relatie tot de te vervoeren lading.

      • Lading
        • De deelnemer kent verschillende soorten lading die vervoerd kunnen worden.
          Aandachtspunten:

          • Pallets, rolcontainers, vloeistoffen, losse bulkgoederen, gevaarlijke stoffen, gekoelde producten, hangend vlees, bloemen, dieren, medicijnen, etc.