A    X
Bedrijfsvoertuigen elektro(nica)
Tekening lezen
MIG-lassen lichtmetaal (aluminium
MAG-MIG-TIG lassen algemene basis
MAG-lassen dunne staalplaat
TIG-lassen roestvaststaal
MAG-lassen staalplaat
Aluminium Basis
Eindcontrole Carrosseriebouw
Omgaan met gevaarlijke stoffen
Veilig hijsen
Veilig werken met de vorkheftruck
Communicatie en organisatie
Lijmverbindingen carrosseriebouw
Carrosserieconstructies

B 

Deelbranche: Carrosseriebouw

Meewerkend voorman Carrosseriebouw

De Meewerkend voorman Carrosseriebouw werkt als leidinggevende in de werkplaats van het bedrijf. In bedrijven met een kleine werkplaats tot 10 a 15 medewerkers geeft hij sturing aan de hele werkplaats, in de grotere bedrijven is dat eerder een afdeling of een team van werknemers en heeft hij in de meeste gevallen nog een afdeling- of werkplaatsmanager boven zich. Daarnaast verricht hij zelf ook werkzaamheden op de werkplaats, veelal op hetzelfde niveau en met hetzelfde takenpakket als zijn collega’s. Deze functiebeschrijving richt zich op de sturende en begeleidende taak die hij als voorman heeft.

Branchekwalificaties

    • Bedrijfsvoertuigen elektro(nica) carrosseriebouw 1
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Begrippen/relaties/verbanden/berekeningen
        • De deelnemer kent de elektrotechnische begrippen; spanning, stroom, vermogen, weerstand en elektromagnetisme en kan het verband daartussen verklaren en berekenen d.m.v. de (Wet van ohm; U=I*R en de wet van het vermogen P=U*I).
          Aandachtspunten:
          • Kan de relatie van (parasitaire) weerstanden leggen in relatie tot de spanning en de stroom in schematische weergegeven circuits.
          • Het verband tussen spanning, stroom en vermogen    omschrijven.
          • Kan vanuit het elektrisch opgegeven vermogen de stroomsterkte bepalen.
           
        • De deelnemer kan het verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning (AC/DC) omschrijven aan de hand van voorbeelden.

        • De deelnemer kan aangeven en omschrijven wat wordt verstaan onder serie-, parallel-, en gecombineerde schakelingen.
          Aandachtspunten:
          • Bepaalt van tevoren de gewenste meetmethode en meetwaarden adhv het elektrische schema.
        • De deelnemer kan omschrijven en berekenen wat er met spanning, stroom, vermogen en weerstand gebeurt in serie-, parallel-, en gecombineerde schakelingen.
          Aandachtspunten:
          • Bepaalt van tevoren de gewenste meetmethode en meetwaarden adhv het elektrische schema.
          • Kan de relatie van (parasitaire) weerstanden leggen in relatie tot de spanning en de stroom in schematische weergegeven circuits.
      • Lezen/interpreteren van eenvoudige elektrische schema’s
        • De deelnemer kan elektrische schema’s met een eenvoudige stroomkring tekenen, lezen, interpreteren en verklaren.
          Aandachtspunten:
          • Symboolherkenning, systeemherkenning en de opbouw daarvan kunnen omschrijven (ook storingen), plaats van storingen kunnen aangeven, van tevoren bepalen van de gewenste meetmethode en meetwaarden a.d.h.v. het elektrische schema.
      • Opsporen en verhelpen van storingen in eenvoudige elektrische en elektronische systemen
        • De deelnemer kan de werking van een gelijkstroommotor omschrijven.
          Aandachtspunten:
          • Stroom toename bij toerental afname.
          • Stroom afname bij toerental toename.
        • De deelnemer kan omschrijven hoe met behulp van een multi-meter (V1-V4 meting), proeflamp en/of ampèremeter, volgens een vaste procedure, weerstand, vermogen, spanning en stroom worden gemeten/ berekend.
          Aandachtspunten:
          • Spanningsverlies meten, kortsluiting opsporen, clandestiene verbruiker opsporen, foutcode uitlezen.
          • Multimeter.
          • Stroomtang.
        • De deelnemer kan omschrijven hoe eenvoudige storingen als spanningsverlies, kortsluiting en onbedoelde stroomverbruikers achterhaalt kunnen worden d.m.v. V1-V4 meting, proeflamp en/of ampèremeter en kan deze methoden ook toepassen.
          Aandachtspunten:
          • Gebruik van gangbare meetinstrumenten, meetmethoden en documentatie (elektrisch schema / aantekeningen).
          • Draadbreuk, defecte stekkerverbinding opsporen.
          • Overgangs weerstand opsporen.
          • Storingen opsporen in relais schakelingen.
        • De deelnemer kan de opbouw, werking en meetmethodes van start- en laadsystemen omschrijven en hier controles op uitvoeren.
          Aandachtspunten:
          • Typen accu's.
          • Accu(Din- en SAE norm).
          • Accu: met behulp van zuurweger, belastingsweerstand en elektronische accutester (Midtronic, Snap-on) 
        • De deelnemer kan met behulp van een systeemtester uitlezen, wissen en resetten.
          Aandachtspunten:
          • Lezen, wissen van foutcodes.
          • Verschil tussen actueel, opgeslagen foutcodes.
          • Gebruik van gangbare meetinstrumenten,  meetmethodieken en documentatie.
          • Spanningsverlies meten.
          • Kortsluiting opsporen.
          • Draadbreuk, defecte stekkerverbinding opsporen.
          • Clandestiene verbruiker opsporen.
          • Overgangs weerstand opsporen.
          • Storingen opsporen in relaisschakelingen.
          • Foutcodes; lezen, wissen van foutcodes.
        • De deelnemer kan bij het verhelpen van storingen de meest gebruikte reparatiemethoden omschrijven en elektrische verbindingen maken.
          Aandachtspunten:
          • Stekker (ongeïsoleerd en geïsoleerd), soldeerverbindingen met krimphuls, verbindingen afhankelijk van de plaats waterdicht of niet waterdicht.
          • Bedrading repareren, component repareren/vervangen.
          • Draadbreuk, bedrading/stekkerverbinding repareren.
      • Aansluiten van carrosseriecomponenten op aanwezige voertuigsystemen
        • De deelnemer kent het bestaan van opbouwvoorschriften/ richtlijnen, kan deze interpreteren en ernaar handelen en weet wat wel en niet is toegestaan. 

    • Tekening lezen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Tekening lezen
        • De deelnemer kent de algemene symbolen en aanduidingen in een technische tekening en kan deze lezen (vorm- en plaatstoleranties, oppervlaktebehandeling, etc.).

        • De deelnemer kent het doel van het titelblok in een technische tekening en kan de titelvelden benoemen en identificeren.

        • De deelnemer kent de projectiemethoden die in technische tekeningen gebruikt worden en kan deze lezen (Amerikaans, Europees, etc.).

        • De deelnemer kent de lijnsoorten die in technische tekeningen gebruikt worden en kan deze lezen. 

        • De deelnemer kent de betekenis van de gebruikelijke afkortingen in specificatiebladen van leveranciers en kan deze van de tekeningen aflezen (wielbasis, vooroverbouw, achteroverbouw, etc.).

        • De deelnemer begrijpt de relatie tussen originele en detailtekeningen.

        • De deelnemer kan fouten en ontbrekende maten in tekeningen achterhalen en verhelpen.  

    • MIG-lassen lichtmetaal (aluminium)
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de mechanische, chemische, fysische en technologische eigenschappen en toepassingsgebieden van aluminium.

        • De deelnemer kent  het verloop van het verbindingsproces tijdens het lassen van aluminium.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) veiligheidsvoorschriften betreffende het lassen van aluminium en kan deze ook toepassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de te gebruiken lasmethoden voor aluminium en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de gevolgen van warmte-inbreng van aluminium en kan hier mee omgaan.

        • De deelnemer kan ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instelling van de lasapparatuur, bij het lassen van aluminium herkennen en verklaren en/of voorkomen.

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kent de in- en afstellingen van de voor het lassen van aluminium toe te passen lasapparatuur in relatie tot materiaaldikte, toepassingsgebied, etc. en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de tijdens het lassen van aluminium toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe deze moeten worden toegevoegd.

    • MAG-MIG-TIG lassen algemene basis CB
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kan de componenten van de vlamboog lasinstallatie omschrijven.

        • De deelnemer kan van elke component de functie beschrijven.

        • De deelnemer kan de lasvariabelen noemen en per variabele aangeven waardoor deze wordt bepaald, om een goede lasverbinding te krijgen.

        • De deelnemer kan het verloop van het verbindingsproces bij MIG/MAG- en TIG-lassen omschrijven.

        • De deelnemer kan aangeven welke persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn bij het uitvoeren van laswerkzaamheden en kan deze middelen op correcte wijze gebruiken.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kan de lasstanden en lasposities noemen.

        • De deelnemer kan het starten en op gang houden van een vlamboog omschrijven.

        • De deelnemer kan het MIG/MAG- en TIG-lasproces beschrijven en kent de functies van de componenten waaruit een complete MIG/MAG- en TIG-lasinstallatie is opgebouwd.

        • De deelnemer kan de handelingen met betrekking tot het MIG/MAG- en TIG-lasproces noemen en kan deze toepassen bij het uitvoeren van een werkopdracht.

        • De deelnemer kan, eventueel met behulp van een schets, het verloop van de elektrische stroomkring van een MIG/MAG- en TIG-lasinstallatie aangeven.

        • De deelnemer kan de ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instellingen van de lasapparatuur bij MIG/MAG- en TIG-lassen, noemen. 

        • De deelnemer kan de maatregelen noemen ter voorkoming van schade aan chassis, cabine, leidingen, elektronische systemen en kabels tijdens het lassen. 

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kan de nodige instellingen en wijze van afstellen van de MIG/MAG- en TIG-lasapparatuur omschrijven en verklaren.

        • De deelnemer kent de tijdens het MIG/MAG- en TIG-lassen toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe deze moeten worden toegevoegd.

        • De deelnemer kan de punten waarop moet worden gelet bij het onderhouden van MIG/MAG- en TIG-lasapparatuur noemen.

        • De deelnemer kan mogelijke storingen noemen en hoe deze kunnen worden opgelost bij MIG/MAG- en TIG-lasapparatuur. 

    • MAG-lassen dunne staalplaat
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de mechanische, chemische, fysische en technologische eigenschappen en toepassingsgebieden van dunne staalplaat.

        • De deelnemer kent het verloop van het verbindingsproces tijdens het lassen van dunne staalplaat.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) veiligheidsvoorschriften betreffende het lassen van dunne staalplaat en kan deze ook toepassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kan de keuze voor MAG-lassen van dunne staalplaat toelichten.

        • De deelnemer kent de gevolgen van warmte-inbreng van dunne staalplaat en kan hier mee omgaan.

        • De deelnemer kan ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instelling van de lasapparatuur, bij het lassen van dunne staalplaat herkennen en verklaren en/of voorkomen.

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kent de in- en afstellingen van de voor het lassen van dunne staalplaat toe te passen lasapparatuur in relatie tot materiaaldikte, toepassingsgebied, etc. en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de tijdens het lassen van dunne staalplaat toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe deze moeten worden toegevoegd. 

    • TIG-lassen roestvaststaal
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de mechanische, chemische, fysische en technologische eigenschappen en toepassingsgebieden van roestvast staal.

        • De deelnemer kent het verloop van het verbindingsproces tijdens het lassen van roestvast staal.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) veiligheidsvoorschriften betreffende het lassen van roestvast staal en kan deze ook toepassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de te gebruiken lasmethoden voor roestvast staal en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de gevolgen van warmte-inbreng van roestvast staal en kan hier mee omgaan.

        • De deelnemer kan ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instelling van de lasapparatuur, bij het lassen van roestvast staal herkennen en verklaren en/of voorkomen.

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kent de in- en afstellingen van de voor het lassen van roestvast staal toe te passen lasapparatuur in relatie tot materiaaldikte, toepassingsgebied, etc. en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de tijdens het lassen van roestvast staal toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe  deze moeten worden toegevoegd.

    • MAG-lassen staalplaat
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de mechanische, chemische, fysische en technologische eigenschappen en toepassingsgebieden van staalplaat.

        • De deelnemer kent het verloop van het verbindingsproces tijdens het lassen van staalplaat.

        • De deelnemer kent de (wettelijke) veiligheidsvoorschriften betreffende het lassen van staalplaat en kan deze ook toepassen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de te gebruiken lasmethoden voor staalplaat en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de gevolgen van warmte-inbreng van staalplaat en kan hier mee omgaan.

        • De deelnemer kan ongewenste materiaaleigenschappen, die worden verkregen door verkeerde instelling van de lasapparatuur, bij het lassen van staalplaat herkennen en verklaren en/of voorkomen.

      • Gereedschappen, apparatuur
        • De deelnemer kent de in- en afstellingen van de voor het lassen van staalplaat toe te passen lasapparatuur in relatie tot materiaaldikte, toepassingsgebied, etc. en kan deze ook toepassen.

        • De deelnemer kent de tijdens het lassen van staalplaat toegepaste beschermingsgassen en toevoegmaterialen en weet ook in welke mate, en hoe deze moeten worden toegevoegd. 

    • Aluminium Basis
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Principes, kenmerken, begrippen
        • De deelnemer kent de eigenschappen van aluminium en de constructies waarin aluminium is toegepast.

        • De deelnemer kan de toegepaste coderingen herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan constructies waarin aluminium is toegepast, herkennen en beschrijven.

        • De deelnemer kan de kwaliteit van de bewerkingen van aluminium plaatdelen en de conditie van deze delen, beoordelen en beschrijven.

        • De deelnemer  begrijpt dat afwijken van de (fabrieks) voorschriften bij het  bewerken van aluminium plaatdelen tot veiligheidsrisico's kan leiden.

        • De deelnemer kan beschrijven hoe corrosieproblemen kunnen ontstaan en kunnen worden voorkomen.

        • De deelnemer kent het verschil tussen aluminium plaatdelen en aluminium gietdelen en kan deze ook als zoanig herkennen.

      • Proces, methoden, voorschriften
        • De deelnemer kent de methoden (warmtebehandeling, verspanen, temperatuurcontrole) om aluminium plaatdelen te bewerken en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de voorzorgsmaatregelen die toegepast worden voor het bewerken (warmtebehandeling, verspanen, temperatuurcontrole) van aluminium plaatdelen kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kan de effecten en kenmerken beschrijven die optreden bij het bewerken (warmtebehandeling, verspanen, temperatuurcontrole) van aluminium.

        • De deelnemer kent de (wettelijke)voorschriften en persoonlijke veiligheidsmaatregelen die gelden voor het bewerken (warmtebehandeling, verspanen, temperatuurcontrole) van aluminium en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de voorwaarden die gelden bij het verbinden van aluminium plaatdelen door middel van schroeven en kan deze ook als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kent de methode om scheurvorming in aluminium plaatdelen te detecteren.

      • Gereedschappen, materialen, apparatuur
        • De deelnemer kan de benodigde apparatuur voor het bewerken (zoals eenzijdig uitdeuken, krimpen, handmatig uitdeuken, verbinden door schroeven) van aluminium plaatdelen beschrijven en afstellen/toepassen.

        • De deelnemer kan problemen beschrijven, voorkomen en oplossen die kunnen optreden bij het bewerken/verbinden van aluminium plaatdelen.

    • Eindcontrole Carrosseriebouw
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Omgaan met gevaarlijke stoffen
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Herkennen van gevaarlijke stoffen
        • De deelnemer kan gevaarlijke stoffen herkennen aan de hand van het etiket of informatiebladen/gegevens over deze stof.

        • De deelnemer weet wat wordt verstaan onder H, R, P en S-zinnen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer kent de betekenis van de toegepaste gevaarsymbolen/pictogrammen voor gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer kent de chemische kenmerken van gevaarlijke stoffen in relatie tot veiligheid, gezondheid en milieu.

      • Omgang met gevaarlijke stoffen
        •  

          De deelnemer weet welke wettelijke richtlijnen en regels er zijn ten aanzien van opslag van gevaarlijke stoffen, waar hij die vandaan kan halen, hoe deze stoffen moeten wordne opgeslagen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemers weet hoe hij op basis van de gegeven veiligheidsinformatie moet omgaan met gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer weet waaraan de maximaal toelaatbare concentraties van gevaarlijke stoffen kunnen worden afgelezen.

        • De deelnemer weet hoe te handelen in geval van calamiteiten met gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer weet waar en hoe de veiligheidsinformatie met betrekking tot de omgang met gevaarlijke stoffen wordt vastgelegd in de risico inventarisatie & evaluatie (RI&E))

        • De deelnemer kent de arbeidshygiënische volgorde waarin werknemers beschermd moeten worden tegen risicovolle arbeidsomstandigheden en kan hier als zodanig naar handelen.

      • (persoonlijke) beschermingsmaatregelen
        • De deelnemer kent de diverse persoonlijke beschermingsmiddelen die toegepast kunnen worden in de eigen werkomgeving.

        • De deelnemer kent de codering gebruikt op PBM’s en kan deze als zodanig toepassen.

        • De deelnemer weet welke persoonlijke beschermingsmiddelen ingezet moeten worden bij gebruik van bepaalde materialen/stoffen, hoe deze toegepast moeten worden en past deze ook als zodanig toe.

        • De deelnemer kent de maatregelen die getroffen moeten worden om veilig en gezond te kunnen werken met gevaarlijke stoffen.

        • De deelnemer kent de uit de RI&E voortvloeiende verplichting met betrekking tot voorlichting en onderricht in de omgang met gevaarlijke stoffen.

    • Veilig hijsen
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Veilig werken met de vorkheftruck
      • Initiatiefnemer: OOC


    • Communicatie en organisatie
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Leiding geven
        • De deelnemer kan verschillende stijlen van leidinggeven beschrijven zoals situationeel leidinggeven, coachend leidinggeven, taak en resultaatgericht leidinggeven, relatie en mensgericht leidinggeven en kan deze naar gelang de situatie als zodanig toepassen.

        • De deelnemer kan het begrip “afdelingsdoelstelling” omschrijven en kan verschillende doelstellingen benoemen zoals; huidige situatie en gewenste situatie, afdelingsvisie en medewerkersvisie, omzet en resultaat.

        • De deelnemer kan verschillende soorten gesprekken in de rol van leidinggevende benoemen en omschrijven zoals correctiegesprek, coachinggesprek, feedback gesprek en sollicitatiegesprek en in voorkomende situaties als zodanig toepassen.

      • Overleg voeren/informeren
        • De deelnemer kan de functie en doelstellingen van een overleg beschrijven.

        • De deelnemer kan verschillende vormen van overleg beschrijven zoals werkbespreking/verdeling, werkoverleg, vergadering en instructiebespreking.

        • De deelnemer kent de verschillen tussen formele en informele communicatiestromen, informeren en/of inspraak bieden, besluiten nemen en/of afspraken maken.

        • De deelnemer kan een werkoverleg of vergadering voorbereiden (agenda opstellen, tijdsplanning maken, deelnemers selecteren en uitnodigen, locatie en catering regelen).

        • De deelnemer kan een vergadering of werkoverleg leiden (vergaderregels, regie, sfeer, groepsdynamiek, betrokkenheid, feedback, timemanagement en resultaat).

      • Overtuigen
        • De deelnemer kan de afdelingsdoelen en afspraken uitdragen en overdragen op de medewerkers.

        • De deelnemer kent de waarde van voorbeeldgedrag, het uiten van positieve waardering, ondersteuning en feedback naar de medewerkers en het creëren van betrokkenheid bij de medewerkers en kan hier als zodanig naar handelen.

        • De deelnemer kan medewerkers in gesprekken begeleiden en aansturen op afgesproken persoonlijke en team doelstellingen.

    • Lijmverbindingen carrosseriebouw
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

        Kennis testen met demotoets
      • Lijmen
        • De deelnemer kan technische informatie lezen en interpreteren, en tijdens de uitvoering van zijn werkopdracht toepassen, over lijm en lijmverbindingen met betrekking tot de toepassingsgebieden (doelen en ondergronden), wijze van opslag houdbaarheid, de verwerking, het  reinigen van gereedschappen, de omgeving en het beschermen van de huid.

        • De deelnemer kan de gevolgen voor de kwaliteit van lijmverbindingen omschrijven  als de voorschriften van de lijmfabrikant niet worden nageleefd ten aanzien van te dunne lijmlagen of te dikke lijmlagen, de voorbehandeling van de ondergrond, de mengverhouding, de opslag, de verwerking.

        • De deelnemer kan de juiste lijm en het meest geschikte gereedschap selecteren en toepassen voor een gegeven lijmverbinding.

        • De deelnemer kan de relevante begrippen bij lijmverbindingen noemen en verklaren.

        • De deelnemer kan per type lijmverbinding noemen, welke soorten krachten, resp. welke soorten belastingen goed kunnen worden opgenomen en welke dienen te worden vermeden.

        • De deelnemer kan aangeven welke persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn bij het vervaardigen van lijmverbindingen  en kan deze middelen op correcte wijze gebruiken.

    • Carrosserieconstructies
      • Initiatiefnemer: OOC
        Branchetoetsdocument

      • Carrosserieconstructie
        • De deelnemer kent verschillende soorten uitvoeringsvormen van carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Open laadbak, gesloten laadbak, laadbak met huif, tankwagen, kipper, met/ zonder hulpraam, etc.
        • De deelnemer kan wettelijke normen vanuit de overheid, (opbouw)richtlijnen en technische informatie interpreteren en toepassen.
          Aandachtspunten:

          • Wettelijke normen vanuit de overheid hebben o.a. betrekking op lengte, breedte, verlichting.
          • (Opbouw)richtlijnen kunnen vanuit de RDW en/of de fabrikant zijn.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten constructie- en bevestigingsmethoden die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Lijmen, schroeven, hybride (lijm in combinatie met schroef), speciale profielen, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten hang- en sluitwerk die toegepast worden in deuren, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Pianoscharnier, opbouwscharnier, inbouwsluiting, opbouwsluiting, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten lijsten en rubbers die aan de buitenzijde van carrosserieconstructies toegepast worden, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Afwerklijsten, stootrubbers, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten vastzetinrichtingen/ vastzetsystemen die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Ladingvastzetrail, borgrail, kaprail, bodemrail, cargorail, bindrail, vastzetbuis, telescoopstangen, sperstangen, kledingstangen, beugels, sjorbanden, sjorogen, sjorkettingen, spanbanden, twistlocks, rong, rongbus, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten laad- en lossystemen die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Rollenbanen, walking/ moving floor, achtersluitlaadklep, ondersluitlaadklep, hydraulische laadkraan, etc.
        • De deelnemer kent de verschillende soorten isolaties die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen (isolatie voor warmte, koude, geluid).
          Aandachtspunten:

          • PU-schuim, hardschuim.
      • Materialen en verbindingen
        • De deelnemer kent de verschillende soorten materialen die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • Kunststof, staal, roestvaststaal, aluminium, hout, etc.
          • Combinatie van materialen (bijvoorbeeld roestvaststaal en aluminium). 
        • De deelnemer kent de verschillende soorten verbindingstechnieken die toegepast worden in carrosserieconstructies, hun eigenschappen en toepassingen.
          Aandachtspunten:

          • MIG-lassen, MAG-lassen, TIG-lassen, lijmen, schroeven, bouten, klikprofielen, verbindingsprofielen, etc.
        • De deelnemer kan de gevolgen omschrijven van een onjuiste toepassing van materialen in een carrosserieconstructie.

        • De deelnemer kan de gevolgen omschrijven van een onjuiste toepassing van verbindingen in een carrosserieconstructie.

        • De deelnemer kan een beredeneerde keuze maken tussen uitvoeringsvormen van carrosserieconstructies in relatie tot de te vervoeren lading.

        • De deelnemer kan een beredeneerde keuze maken tussen verschillende soorten koel- en verwarmingingssystemen (in de vloer) in relatie tot de te vervoeren lading.

      • Lading
        • De deelnemer kent verschillende soorten lading die vervoerd kunnen worden.
          Aandachtspunten:

          • Pallets, rolcontainers, vloeistoffen, losse bulkgoederen, gevaarlijke stoffen, gekoelde producten, hangend vlees, bloemen, dieren, medicijnen, etc.