A    X
Financieel management 3
Juridische aspecten

B 

Deelbranche: Algemene functies Carrosseriebranche

              Administrateur

              De Administrateur is werkzaam op de administratie van een bedrijf of instelling. Zijn taak is om inzicht te creëren in de financiële positie van het bedrijf, ten behoeve van het management en externe belanghebbenden. De werkzaamheden zijn primair intern gericht. Hoewel hij ook steeds meer externe contacten onderhoudt, is er doorgaans sprake van een back office functie. Kenmerkend voor deze functie is de noodzaak goed inzicht in het boekhouden te hebben, en overzicht over de gehele administratie met haar subadministraties. De werkzaamheden zijn enerzijds gericht op het bijwerken van de dagboeken, anderzijds assisteert hij bij de periodeafsluitingen en bij enkele belastingaangiften.

              Branchekwalificaties

                • Financieel management 3
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Juridische aspecten
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Ondernemingsrecht
                    • De deelnemer kent de overeenkomsten en verschillen tussen een rechtspersoon en een natuurlijk persoon.

                    • De deelnemer kent de kenmerken van de diverse rechtspersoonsvormen en de daarbij behorende typische juridische en fiscale eigenschappen.

                    • De deelnemer kent het doel en de aspecten van de werkgeversaansprakelijkheid en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het verschil tussen aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid.

                  • Overeenkomsten en verbintenissenrecht
                    • De deelnemer kent de aspecten van productaansprakelijkheid en risico aansprakelijkheid en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het doel en de aspecten van het verbintenissenrecht en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent drie bronnen van verbintenissen waarop het verbintenissenrecht van toepassing is en kan hier onderscheid in maken.

                  • Faillissementsrecht en bedrijfsbeindiging
                    • De deelnemer kent de aspecten van de faillissementswet en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het verschil tussen surseance van betaling en faillissement.

                    • De deelnemer kent vier manieren waarop een faillietverklaring  tot stand kan komen.

                    • De deelnemer weet dat wanneer de onderneming gestaakt wordt er fiscaal afgerekend moet worden (bedrijfsmiddelen, voorraden) voor zowel de inkomsten belasting als voor de omzetbelastin wanneer deze verkocht worden, privé gebruikt worden of weggegeven worden.