A    X
Acquisitie en verkoop
Werken met schadecalculatiesystem
Effectief schadecalculeren
Benchmarking
Communicatie en organisatie
Financieel management 3
Fiscaal recht
Juridische aspecten
Logistiek in het schadeherstelbed
Marketing in de schadebranche
Verandermanagement
Verzekeringstechnische aspecten v
Verkoop- en onderhandelingsvaardi
Strategisch marketing en klantman
Marketing/verkoopinstrumenten
Communicatie met werknemers
Leidinggeven
Personeelsmanagement
Plannen en organiseren
Strategisch management
Communicatie met klanten

B 

Deelbranche: Algemene functies Carrosseriebranche

              Directeur/ Bedrijfsmanager

              De Directeur/ Bedrijfsmanager is werkzaam in de carrosseriebranche. Hier vinden we onder andere de volgende bedrijven: autoschadeherstelbedrijven, carrosseriebouwbedrijven, caravanherstelbedrijven, reconditioneringsbedrijven, autorestauratiebedrijven autoruitreparatiebedrijven, etc. Een belangrijk gegeven hierbij is dat er binnen de carrosseriebranche sprake kan zijn van zowel dienstverlenende bedrijven als van productiegeoriënteerde bedrijven. In geval van dat laatste is het carrosseriebouwbedrijf een goed voorbeeld.

              Branchekwalificaties

                • Acquisitie en verkoop
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Acquisitie en verkoopgesprek
                    • De deelnemer kent het begrip “Acquisitie en kan het onderscheid maken met verkoop.

                    • De deelnemer kan de behoefte van de potentiele klant snel achterhalen.

                    • De deelnemer kan het gesprek effectief openen en structureren rond de behoefte van de klant.

                    • De deelnemer kan duidelijk en overtuigend de toegevoegde waarde van het product onder de aandacht van de klant brengen.

                    • De deelnemer kent het fenomeen "Social media" en  begrijpt hoe  Social media ingezet kan worden in het aqcuisitietraject.

                  • Adviseren en overtuigen
                    • De deelnemer kan zich positioneren als een geloofwaardig adviseur.

                    • De deelnemer kan op basis van het gesprek een passende oplossing presenteren aan de klant.

                    • De deelnemer onderkent het belang van kwaliteit en service voor de klantrelatie.

                    • De deelnemer kan het moment bepalen voor het doen van een aanbieding.

                  • Gesprekken opvolgen
                    • De deelnemer onderkent het belang voor de klantrelatie van het nauwkeurig nakomen van gemaakte afspraken.

                    • De deelnemer onderkent het belang voor de bedrijfsreputatie van het nauwkeurig nakomen van gemaakte afspraken.

                    • De deelnemer weet hoe gemaakte afspraken tijdens het offertetraject  vastgelegd dienen te worden in een Service level agreement (SLA) en kan hier als zodanig naar handelen.

                • Werken met schadecalculatiesystemen
                • Effectief schadecalculeren
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Benchmarking
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Communicatie en organisatie
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Leiding geven
                    • De deelnemer kan verschillende stijlen van leidinggeven beschrijven zoals situationeel leidinggeven, coachend leidinggeven, taak en resultaatgericht leidinggeven, relatie en mensgericht leidinggeven en kan deze naar gelang de situatie als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kan het begrip “afdelingsdoelstelling” omschrijven en kan verschillende doelstellingen benoemen zoals; huidige situatie en gewenste situatie, afdelingsvisie en medewerkersvisie, omzet en resultaat.

                    • De deelnemer kan verschillende soorten gesprekken in de rol van leidinggevende benoemen en omschrijven zoals correctiegesprek, coachinggesprek, feedback gesprek en sollicitatiegesprek en in voorkomende situaties als zodanig toepassen.

                  • Overleg voeren/informeren
                    • De deelnemer kan de functie en doelstellingen van een overleg beschrijven.

                    • De deelnemer kan verschillende vormen van overleg beschrijven zoals werkbespreking/verdeling, werkoverleg, vergadering en instructiebespreking.

                    • De deelnemer kent de verschillen tussen formele en informele communicatiestromen, informeren en/of inspraak bieden, besluiten nemen en/of afspraken maken.

                    • De deelnemer kan een werkoverleg of vergadering voorbereiden (agenda opstellen, tijdsplanning maken, deelnemers selecteren en uitnodigen, locatie en catering regelen).

                    • De deelnemer kan een vergadering of werkoverleg leiden (vergaderregels, regie, sfeer, groepsdynamiek, betrokkenheid, feedback, timemanagement en resultaat).

                  • Overtuigen
                    • De deelnemer kan de afdelingsdoelen en afspraken uitdragen en overdragen op de medewerkers.

                    • De deelnemer kent de waarde van voorbeeldgedrag, het uiten van positieve waardering, ondersteuning en feedback naar de medewerkers en het creëren van betrokkenheid bij de medewerkers en kan hier als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer kan medewerkers in gesprekken begeleiden en aansturen op afgesproken persoonlijke en team doelstellingen.

                • Financieel management 3
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Fiscaal recht
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Het Nederlands belastingstelsel
                    • De deelnemer is bekend met het principe van de aangifteplicht en kan hiernaar handelen

                    • De deelnemer is bekend met het boxenstelsel en weet dit correct toe te passen.

                    • De deelnemer kent de termen Heffingsrente en Invorderingsrente en begrijpt de achterliggende gedachte.

                    • De deelnemer weet hoe er bezwaar gemaakt kan worden tegen een beslissing van de fiscus en hoe beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing op het bezwaar.

                  • Belastingen
                    • De deelnemer is bekend met de fiscale regelgeving aangaande de wet op de loonbelasting en kan hier als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer is bekend met de fiscale regelgeving aangaande de wet op de omzetbelasting en kan hier als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer is bekend met de fiscale regelgeving aangaande de wet op de inkomstenbelasting en kan hier als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer is bekend met de fiscale regelgeving aangaande de wet op de vennootschapsbelasting en kan hier als zodanig naar handelen.

                  • Sociale verzekeringen
                    • De deelnemer is bekend met de verschillende volksverzekeringen en weet hoe de premies hiervoor berekend en afgedragen worden.

                    • De deelnemer is bekend met de verschillende werknemersverzekeringen en weet hoe de premies hiervoor berekend en afgedragen worden.

                • Juridische aspecten
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Ondernemingsrecht
                    • De deelnemer kent de overeenkomsten en verschillen tussen een rechtspersoon en een natuurlijk persoon.

                    • De deelnemer kent de kenmerken van de diverse rechtspersoonsvormen en de daarbij behorende typische juridische en fiscale eigenschappen.

                    • De deelnemer kent het doel en de aspecten van de werkgeversaansprakelijkheid en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het verschil tussen aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid.

                  • Overeenkomsten en verbintenissenrecht
                    • De deelnemer kent de aspecten van productaansprakelijkheid en risico aansprakelijkheid en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het doel en de aspecten van het verbintenissenrecht en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent drie bronnen van verbintenissen waarop het verbintenissenrecht van toepassing is en kan hier onderscheid in maken.

                  • Faillissementsrecht en bedrijfsbeindiging
                    • De deelnemer kent de aspecten van de faillissementswet en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het verschil tussen surseance van betaling en faillissement.

                    • De deelnemer kent vier manieren waarop een faillietverklaring  tot stand kan komen.

                    • De deelnemer weet dat wanneer de onderneming gestaakt wordt er fiscaal afgerekend moet worden (bedrijfsmiddelen, voorraden) voor zowel de inkomsten belasting als voor de omzetbelastin wanneer deze verkocht worden, privé gebruikt worden of weggegeven worden.

                • Logistiek in het schadeherstelbedrijf
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Marketing in de schadebranche
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Verandermanagement
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Strategieën, weerstand en cultuur
                    • De deelnemer weet hoe de cultuur en structuur in een organisatie geanalyseerd kan worden en kan daar ook adequaat naar handelen.

                    • De deelnemer kan de verschillende vormen waarin weerstand zich manifesteert herkennen en deze weerstand managen.

                    • De deelnemer weet hoe draagvlak kan worden gecreëerd om veranderingen binnen de organisatie door te kunnen voeren.

                    • De deelnemer kent de verschillende veranderstrategieën die kunnen worden ingezet en kan deze adequaat toepassen.

                    • De deelnemer kan persoonsgebonden kenmerken categoriseren volgens de gangbare theorieën.

                  • Veranderingsproces
                    • De deelnemer is in staat het verandertraject in te richten op basis van het strategisch beleidsplan.

                    • De deelnemer kent de verschillende modellen waarin veranderingsprocessen kunnen worden weergegeven en kan deze modellen ook als zodanig toepassen in de analyse van het 

                    • De deelnemer kent zijn positie en rol in het veranderproces en kan daar ook als zodanig bewust naar handelen.

                    • De deelnemer kent de facetten van een veranderplan voor de organisatie en kan deze ook als zodanig uitwerken naar een planmatige aanpak.

                    • De deelnemer weet hoe een veranderproces kan worden geleid, wat daar bij komt kijken en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                • Verzekeringstechnische aspecten van het schaderegelen
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Voorbereiding en gedragsregels
                    • Kent de Wet Aansprakelijkheid Motorvoertuigen, de bepalingen en de bevoegdheden en de onderwerpen die in deze wet geregeld zijn en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • Kent het begrip na-risico en weet wanneer hiervan sprake is.

                    • Kent in algemene zin de bepalingen en onderwerpen die geregeld zijn in het verzekeringsrecht en de wetskennis waaruit dit voortvloeit en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • Kent de bevoegdheden van politieambtenaren ten aanzien van het invorderen van kentekenbewijzen.

                    • Kent de gedragsregels ten aanzien van het doorbelasten van kosten.

                    • Kent de gedragsregels ten aanzien van de uitvoering van taxatie.

                    • Kent de gedragsregels ten aanzien van de uitvoering van expertise.

                    • Kent de bepalingen en voorschriften omtrent WOK meldingen.

                    • Weet wie, in welke situatie opdrachtgever is van een opdracht tot reparatie.

                    • Kent zijn onderhandelingspositie ten opzichte van de expert en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                  • Verzekeringen en gebruikte terminologie
                    • Kent het proces met betrekking tot de aangifte van schade en de daar bijbehorende formulieren en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • Kent de begrippen WA, WA (beperkt/ volledig) casco en weet onder welk type verzekering deze begrippen vallen.

                    • Kent het begrip indemniteitsbeginsel en weet wanneer hiervan sprake is.

                    • Kent het begrip akte van cessie en weet wanneer hiervan sprake is.

                    • Kent het begrip recht van retentie en weet wanneer hiervan sprake is.

                    • Kent het begrip eigen risico en weet wanneer hiervan sprake is.

                    • Kent het begrip bonus-malus en weet wanneer hiervan sprake is.

                    • Kent het begrip garageverzekering en weet wanneer hiervan sprake is.

                  • Schaderegelen en begrippen
                    • Kent de procedure tot het afwikkelen van een schade en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • Kent de bepalingen en voorwaarden met betrekking tot het claimen van schade.

                    • Kent de afspraken die gemaakt kunnen worden tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

                    • Kent de bepaling en voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op het waarborgfonds.

                    • Kent de procedure rond het signaleren van fraude en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • Kan bepalen wanneer sprake is van een Total-Loss.

                    • Kan de dagwaarde van een voertuig bepalen.

                    • Kent de berekeningsmethodiek met betrekking tot waardevermindering en kan deze ook als zodanig toepassen.

                    • Kent de verschillende kentekenbewijzen en –platen en weet in welke situaties deze worden toegepast.

                • Verkoop- en onderhandelingsvaardigheden
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                  • Verkoopvaardigheden
                    • De deelnemer kan een analyse maken van zijn te verkopen producten/diensten en kan bepalen welke voordelen deze mogelijk kunnen bieden voor de klant.

                    • De deelnemer kan zijn producten/diensten doorvertalen naar de koopmotieven van de klant.

                    • De deelnemer kan de klantbehoefte analyseren.

                    • De deelnemer kan zijn product/dienst aanbieden in aansluiting op de klantbehoefte.

                    • De deelnemer kan omgaan met koopbezwaren.

                    • De deelnemer kan de verkoop afronden (SLA, maken van afspraken, schriftelijke opdrachtbevestiging + (leverings)voorwaarden, etc.)

                  • Onderhandelingsvaardigheden
                    • De deelnemer kan zijn openingspositie bepalen bij onderhandelingen.

                    • De deelnemer kan voorafgaande de onderhandelingen alternatieven bepalen voor het geval hij niet tot een overeenkomst komt met de onderhandelingspartner.

                    • De deelnemer kan voorafgaande de onderhandelingen zijn onderhandelingsmiddelen bepalen en inschatten welke zijn onderhandelingspartner hem kan bieden, en kan deze tijdens de onderhandeling inzetten.

                    • De deelnemer kan voorafgaande en/of tijdens de onderhandelingen het gezamenlijk belang bepalen/inschatten en hierop focussen tijdens het gesprek.

                    • De deelnemer kan onderhandelingstechnieken toepassen.

                    • De deelnemer kan omgaan met weerstand van de onderhandelingspartner.

                    • De deelnemer kan de onderhandelingen afronden/afsluiten door het afsluiten van een gezamenlijke overeenstemming.

                • Strategisch marketing en klantmanagement (Customer Experience Management)
                • Marketing/verkoopinstrumenten
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Communicatie met werknemers
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                  • Communiceren met werknemers
                    • De deelnemer kent de voorwaarden voor succesvolle communicatie en kan deze toepassen: luisteren/lezen, woordkeuze/non-verbaal/houding, stemgebruik/zinsopbouw, vragen stellen/beantwoorden, aandacht geven.

                    • De deelnemer kan voorafgaande de onderhandelingen zijn onderhandelingsmiddelen bepalen en inschatten welke zijn onderhandelingspartner hem kan bieden, en kan deze tijdens de onderhandeling inzetten.

                    • De deelnemer kan voorafgaande en/of tijdens de onderhandelingen het gezamenlijk belang bepalen/inschatten en hierop focussen tijdens het gesprek.

                    • De deelnemer kan de onderhandelingen afronden/afsluiten door het afsluiten van een gezamenlijke overeenstemming.

                    • De deelnemer kan werknemers voorlichten en onderrichten over relevante bedrijfsspecifieke zaken (processen, verbeteringen, beleidsdoelstellingen) en over onderwerpen die voortvloeien uit bijvoorbeeld de Arbowet.

                    • v

                    • De deelnemer kan zijn boodschap afstemmen op het type werknemer: dominant/extravert, dominant/introvert, subdominant/extravert, subdominant/introvert.

                    • De deelnemer kan afspraken maken: Formulering en inhoud afstemmen op de gesprekspartner, reële verwachtingen scheppen, afspraken maken.

                    • De deelnemer kan onvrede bij werknemers (voortijdig) signaleren, voorkomen, behandelen, oplossen en daarbij de afweging maken tussen het belang van de werknemer en het belang van het bedrijf.

                    • De deelnemer kan omgaan met conflicten en escalaties voorkomen.

                • Leidinggeven
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                  • Leidinggeven
                    • De deelnemer kan medewerkerstypes herkennen (actief/reflectief, taakgericht/resultaatgericht).

                    • De deelnemer kan de samenstelling van een medewerkersteam onderkennen en kan hierop anticiperen/mee omgaan.

                    • De deelnemer kan de cohesie binnen een team realiseren, behouden en versterken (teambuilding).

                    • De deelnemer kan doelstellingen bepalen en/of vertalen naar de werkvloer en kan hier op sturen.

                    • De deelnemer kan onderscheid maken wat belangrijk of urgent is, kan prioriteiten stellen en activiteiten realistisch inplannen (timemanagement).

                    • De deelnemer kan de juiste werkzaamheden en taken delegeren aan de juiste mensen (afgestemd op hun competenties).

                    • De deelnemer kan medewerkers motiveren, stimuleren, feedback geven.

                    • De deelnemer kan medewerkers coachen in hun leercurve bij het aanleren van nieuwe taken (situationeel leiderschap).

                    • De deelnemer kan medewerkers begeleiden in hun inzetbaarheid (situationeel leiderschap).

                    • De deelnemer kan gedrag en houding van medewerkers beïnvloeden/veranderen/bevorderen.

                • Personeelsmanagement
                • Plannen en organiseren
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Strategisch management
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Communicatie met klanten (Communicatie en klantrelatie)
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                  • Communiceren met klanten
                    • De deelnemer kent de voorwaarden voor succesvolle communicatie met de klant en kan deze toepassen: luisteren/lezen, woordkeuze/non-verbaal/houding, stemgebruik/zinsopbouw, vragen stellen/beantwoorden, aandacht geven/klant centraal stellen.

                    • De deelnemer kan zich presenteren als deskundige en ambassadeur van het bedrijf, vertrouwen wekken, en de klant ontzorgen.

                    • De deelnemer kan kansen (voortijdig) signaleren en benutten.

                    • De deelnemer kan de klant informatie en advies geven die is afgestemd op het klanttype: dominant/extravert, dominant/introvert, subdominant/extravert, subdominant/introvert.

                    • De deelnemer kan afspraken maken: Formulering en inhoud afstemmen op de gesprekspartner, reële verwachtingen scheppen, afspraken maken met betrekking tot de opdracht.

                    • De deelnemer kan klachten van klanten (voortijdig) signaleren, voorkomen, behandelen, oplossen: Afwegingen maken tussen het belang van de klant en het belang van het bedrijf, voorkomen van discussie, gedrag naar de klant.

                    • De deelnemer kan omgaan met conflicten en escalaties voorkomen.