A    X
Financieel management 3
Fiscaal recht
Juridische aspecten

B 

Deelbranche: Algemene functies Carrosseriebranche

              Boekhoudkundig medewerker

              De Boekhoudkundig medewerker is werkzaam op de administratie van een bedrijf of bij een administratiekantoor. De werkzaamheden zijn primair intern gericht. Hoewel hij ook steeds meer contacten heeft, is er doorgaans sprake van een back office functie. Hij werkt zelfstandig. Zijn taken zijn van een beperkte complexiteit. Ze zijn veelal gericht op het bijwerken van dagboeken en subadministraties en de daarmee verbonden taken. Van hem wordt verwacht dat hij kan coderen.

              Branchekwalificaties

                • Financieel management 3
                  • Initiatiefnemer: OOC


                • Fiscaal recht
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Het Nederlands belastingstelsel
                    • De deelnemer is bekend met het principe van de aangifteplicht en kan hiernaar handelen

                    • De deelnemer is bekend met het boxenstelsel en weet dit correct toe te passen.

                    • De deelnemer kent de termen Heffingsrente en Invorderingsrente en begrijpt de achterliggende gedachte.

                    • De deelnemer weet hoe er bezwaar gemaakt kan worden tegen een beslissing van de fiscus en hoe beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing op het bezwaar.

                  • Belastingen
                    • De deelnemer is bekend met de fiscale regelgeving aangaande de wet op de loonbelasting en kan hier als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer is bekend met de fiscale regelgeving aangaande de wet op de omzetbelasting en kan hier als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer is bekend met de fiscale regelgeving aangaande de wet op de inkomstenbelasting en kan hier als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer is bekend met de fiscale regelgeving aangaande de wet op de vennootschapsbelasting en kan hier als zodanig naar handelen.

                  • Sociale verzekeringen
                    • De deelnemer is bekend met de verschillende volksverzekeringen en weet hoe de premies hiervoor berekend en afgedragen worden.

                    • De deelnemer is bekend met de verschillende werknemersverzekeringen en weet hoe de premies hiervoor berekend en afgedragen worden.

                • Juridische aspecten
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Ondernemingsrecht
                    • De deelnemer kent de overeenkomsten en verschillen tussen een rechtspersoon en een natuurlijk persoon.

                    • De deelnemer kent de kenmerken van de diverse rechtspersoonsvormen en de daarbij behorende typische juridische en fiscale eigenschappen.

                    • De deelnemer kent het doel en de aspecten van de werkgeversaansprakelijkheid en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het verschil tussen aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid.

                  • Overeenkomsten en verbintenissenrecht
                    • De deelnemer kent de aspecten van productaansprakelijkheid en risico aansprakelijkheid en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het doel en de aspecten van het verbintenissenrecht en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent drie bronnen van verbintenissen waarop het verbintenissenrecht van toepassing is en kan hier onderscheid in maken.

                  • Faillissementsrecht en bedrijfsbeindiging
                    • De deelnemer kent de aspecten van de faillissementswet en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer kent het verschil tussen surseance van betaling en faillissement.

                    • De deelnemer kent vier manieren waarop een faillietverklaring  tot stand kan komen.

                    • De deelnemer weet dat wanneer de onderneming gestaakt wordt er fiscaal afgerekend moet worden (bedrijfsmiddelen, voorraden) voor zowel de inkomsten belasting als voor de omzetbelastin wanneer deze verkocht worden, privé gebruikt worden of weggegeven worden.