A    X
Bedrijfshulpverlener (BHV)
Omgaan met gevaarlijke stoffen

B 

Deelbranche: Algemene functies Carrosseriebranche

              Bedrijfshulpverlener

              Iedere werkgever is verplicht te zorgen voor deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening (BHV). De Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RIE) is het uitgangspunt om te bepalen welke deskundige bijstand op het gebied van BHV nodig is.

              Afhankelijk van de aard, grootte, ligging van het bedrijf en de risico’s in het bedrijf, moeten één of meerdere werknemers zijn opgeleid als Bedrijfshulpverlener (BHV-er).

              Een BHV-er is een werknemer die een beginnende brand kan bestrijden en/of eerste hulp kan verlenen en/of een ontruiming kan begeleiden.

              Bedrijfshulpverleners zijn opgeleid om binnen het bedrijf een voorpostfunctie te vervullen totdat de professionele hulpverleningsdiensten (politie, brandweer en ambulance) zijn gearriveerd.

              Branchekwalificaties

                • Bedrijfshulpverlener (BHV)
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument
                    Norm volgens: FOCWA Eurogarantbedrijf

                    Kennis testen met demotoets
                  • Eerste hulp
                    •  De deelnemer weet, met inachtneming van de vijf belangrijke aandachtspunten voor het verlenen van eerste hulp, hoe te handelen in geval van shock, stoornissen in ademhaling en bewustzijn, brandwonden, oogletsels, ontwrichtingen en/of botbreuken, vergiftiging en/of bloedingen.

                    • De deelnemer weet hoe hij een slachtoffer in geval van onveilige situaties op de juiste wijze naar een veilige omgeving kan verplaatsen.

                    • De deelnemer kent de verschillende verbindingsmogelijkheden en de daarbij behorende verbandmiddelen en kan deze gebruiken.

                  • Ontruimingsplan
                    •  De deelnemer kent de facetten van een ontruimingsplan en kan deze vertalen naar de eigen bedrijfssituatie.

                  • Kleine blusmiddelen
                    • De deelnemer weet, met inachtneming van de persoonlijke veiligheidsmaatregelen, hoe te handelen in geval van brand(bestrijding).

                    • De deelnemer kent de verschillende blusmiddelen en hun toepassingsgebied en kan deze ook toepassen.

                  • Reanimatie
                    • De deelnemer weet hoe te handelen in geval van stilstand van de bloedsomloop.

                    •  De deelnemer weet hoe te handelen in geval een slachtoffer beademd moet worden.

                    • De deelnemer weet hoe een AED (automatische externe defibrilator) gebruikt moet worden.

                    •  De deelnemer kan een slachtoffer (met en zonder gebruik van een AED, automatische externe defibrilator) reanimeren.

                  • Communicatie
                    •  De deelnemer kent de facetten van interne communicatie en alarmering van en naar collega’s en bedrijfshulpverleners in het bedrijf en kan deze vertalen naar de eigen bedrijfssituatie.

                    • De deelnemer kent de facetten van de externe communicatie naar professionele hulpverleners en kan deze vertalen naar de eigen bedrijfssituatie.

                • Omgaan met gevaarlijke stoffen
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Herkennen van gevaarlijke stoffen
                    • De deelnemer kan gevaarlijke stoffen herkennen aan de hand van het etiket of informatiebladen/gegevens over deze stof.

                    • De deelnemer weet wat wordt verstaan onder H, R, P en S-zinnen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer kent de betekenis van de toegepaste gevaarsymbolen/pictogrammen voor gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer kent de chemische kenmerken van gevaarlijke stoffen in relatie tot veiligheid, gezondheid en milieu.

                  • Omgang met gevaarlijke stoffen
                    •  

                      De deelnemer weet welke wettelijke richtlijnen en regels er zijn ten aanzien van opslag van gevaarlijke stoffen, waar hij die vandaan kan halen, hoe deze stoffen moeten wordne opgeslagen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemers weet hoe hij op basis van de gegeven veiligheidsinformatie moet omgaan met gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer weet waaraan de maximaal toelaatbare concentraties van gevaarlijke stoffen kunnen worden afgelezen.

                    • De deelnemer weet hoe te handelen in geval van calamiteiten met gevaarlijke stoffen en kan daar ook als zodanig naar handelen.

                    • De deelnemer weet waar en hoe de veiligheidsinformatie met betrekking tot de omgang met gevaarlijke stoffen wordt vastgelegd in de risico inventarisatie & evaluatie (RI&E))

                    • De deelnemer kent de arbeidshygiënische volgorde waarin werknemers beschermd moeten worden tegen risicovolle arbeidsomstandigheden en kan hier als zodanig naar handelen.

                  • (persoonlijke) beschermingsmaatregelen
                    • De deelnemer kent de diverse persoonlijke beschermingsmiddelen die toegepast kunnen worden in de eigen werkomgeving.

                    • De deelnemer kent de codering gebruikt op PBM’s en kan deze als zodanig toepassen.

                    • De deelnemer weet welke persoonlijke beschermingsmiddelen ingezet moeten worden bij gebruik van bepaalde materialen/stoffen, hoe deze toegepast moeten worden en past deze ook als zodanig toe.

                    • De deelnemer kent de maatregelen die getroffen moeten worden om veilig en gezond te kunnen werken met gevaarlijke stoffen.

                    • De deelnemer kent de uit de RI&E voortvloeiende verplichting met betrekking tot voorlichting en onderricht in de omgang met gevaarlijke stoffen.