A    X
Praktijkopleider BPV

B 

Deelbranche: Algemene functies Carrosseriebranche

              Praktijkopleider

              Vakmanschap overdragen. Dat is wat een Praktijkopleider doet. In de beroepspraktijk begeleidt en beoordeelt hij de leerlingen die een beroepsopleiding in de carrosseriebranche volgen. Daarmee is hij een belangrijke factor in de opleiding van de leerling.

              Hij is een motivator en coach voor de leerling en draagt vakkennis en -vaardigheden over. Daarnaast houdt hij de voortgang bij van de leerling, voert hij functioneringsgesprekken en beoordeelt hij de leerling.

              Branchekwalificaties

                • Praktijkopleider BPV
                  • Initiatiefnemer: OOC
                    Branchetoetsdocument

                    Kennis testen met demotoets
                  • Plannen en organiseren
                      • De deelnemer kan de leeractiviteiten van de student inplannen. Bijvoorbeeld door middel van een leerplan, een BPV-leeropdrachtenboek, BPV-examenopdrachten, etc. 
                      • De deelnemer kan in een gesprek met de student helder maken welke leerdoelen behaald moeten worden en binnen welk tijdsbestek deze behaald moeten worden. Deze leerdoelen zijn bijvoorbeeld beschreven in de BPV-leeropdrachten/examenopdrachten of kunnen hieraan ontleend worden.
                      • De deelnemer weet hoe hij kan zorgen voor optimale/passende leercondities voor de student. Bijvoorbeeld door tijd en ruimte/werkplek vrij te maken om te kunnen oefenen of een persoonlijk begeleider aan de student te koppelen. 
                      • De deelnemer kan de voortgang van het leerproces van de student volgen. Bijvoorbeeld aan de hand van het leerlingvolgsysteem van de school, de gesprekken die hij voert met de BPV-begeleider van de school en/of de student zelf, of aan de hand van de (digitale) BPV-beoordelingen naar aanleiding van uitgevoerde en beoordeelde BPV-leer/examenopdrachten.
                      • De deelnemer weet wanneer hij moet ingrijpen in het leerproces van de student. Bijvoorbeeld wanneer de student achterblijft in het naar tevredenheid uitvoeren van BPV-leer/examenopdrachten, of wanneer uit gesprekken met de BPV-begeleider van de school en/of de student zelf blijkt dat de student de achterliggende theorie niet goed begrijpt, of dit niet in de praktijk kan toepassen.
                  • Instrueren
                      • De deelnemer weet hoe hij zijn manier van opleiden kan afstemmen op de taakvolwassenheid en de leerstijl van de student. Onder taakvolwassenheid wordt verstaan: de mate waarin de student bereid is én in staat is om de verlangde taak zelfstandig uit te voeren. Onder leerstijlen wordt verstaan: de manier waarop de student kennis, gedrag of vaardigheden leert. Bijvoorbeeld door eerst te doen en daarover na te denken, of door eerst er over na te denken en dan te doen. Veel gebruikt zijn de leerstijlen van Kolb.
                      • De deelnemer kan de student monitoren of deze functioneert volgens de gemaakte afspraken. Bijvoorbeeld door toezicht te houden op uitgevoerde opdrachten en geleverde prestaties en deze te beoordelen.
                      • De deelnemer kan duidelijke instructies geven als de student niet aan de verwachtingen (dreigt) te voldoen, zodat de student weer op het juiste (leer)pad komt.
                      • De deelnemer kan de student (sociaal-emotioneel) motiveren. Bijvoorbeeld door de student te stimuleren en uit te dagen om zijn prestaties op het gewenste niveau te krijgen, en daarbij gelijktijdig ook rekening te houden met het karakter van de student.
                  • Begeleiden
                      • De deelnemer kan de student stimuleren om mee te denken over de invulling van diens leerproces. Bijvoorbeeld door de student te betrekken bij de het inplannen van BPV-leer/examenopdrachten of door rekening te houden met persoonlijke interesses van de student. 
                      • De deelnemer weet hoe hij een reflectiegesprek met de student moet voeren en welke voorwaarden/omstandigheden hiervoor nodig zijn. Bijvoorbeeld door het gesprek in een veilige omgeving te voeren, door het gesprek te voeren op basis van hoor en wederhoor of door bevindingen helder te onderbouwen en op basis daarvan verdere afspraken te maken.
                  • Beoordelen
                      • De deelnemer weet hoe hij beoordelingsgesprek met de student moet voeren en welke voorwaarden/omstandigheden hiervoor nodig zijn. Bijvoorbeeld door het gesprek in een veilige omgeving te voeren, door het gesprek te voeren op basis van hoor en wederhoor of door bevindingen en beoordelingen helder te onderbouwen en op basis daarvan verdere afspraken te maken.
                      • De deelnemer kan bij het beoordelen van de student werken met de beschikbare toetsinstrumenten en volgens de bijbehorende procedures, zodat de student een objectieve en valide beoordeling krijgt. Deze toetsinstrumenten met procedure worden aangereikt door de school. Een objectieve en valide beoordeling bestaat uit een onbevooroordeelde observatie en beoordeling door de praktijkopleider van de vaardigheden en achterliggende kennis/inzichten die gemeten moeten worden.
                      • De deelnemer kan de student met behulp van observatietechnieken (bijvoorbeeld de STARR-methode) observeren en hem op basis van vastgestelde (meet)criteria een beoordeling geven. 
                      • De deelnemer kan gebruikmakend van zijn vakkennis de student beoordelen en een eindwaardering geven.
                  • Reflecteren
                      • De deelnemer kan de BPV-periode samen met de student evalueren om verbeterpunten te vinden. 
                      • De deelnemer weet op welke wijze hij feedback helder en constructief kan formuleren. Bijvoorbeeld door het veranderbaar gedrag van de student dat je zelf hebt gezien of gehoord, concreet en specifiek te beschrijven, daarbij aan te geven welk effect dat gedrag op jou heeft/had, door de student daarop te laten reageren, door te vragen om het door jou gewenste gedrag en door samen de aanleiding tot dat gedrag vast te stellen en tot mogelijke oplossingen/veranderingen te komen.